ECLI:NL:RBZWB:2025:7481
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde van een woning nabij spoorweg en de gevolgen voor de onroerendezaakbelastingen
In deze uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 30 oktober 2025, wordt het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg beoordeeld. De heffingsambtenaar had de waarde van de onroerende zaak, een geschakelde bungalow, vastgesteld op € 411.000 per 1 januari 2023, en had het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard. Belanghebbende, vertegenwoordigd door mr. R.W.B. van Middelaar, stelde dat de waarde maximaal € 377.000 zou moeten zijn. De rechtbank oordeelt dat het beroep van belanghebbende niet slaagt en dat de waarde van de woning niet te hoog is vastgesteld. De rechtbank baseert haar oordeel op de vergelijkingsmethode, waarbij de waarde wordt vastgesteld aan de hand van verkoopopbrengsten van vergelijkbare woningen. De rechtbank concludeert dat de referentiewoningen voldoende vergelijkbaar zijn en dat de heffingsambtenaar voldoende rekening heeft gehouden met de verschillen tussen de woningen. Belanghebbende had ook aangevoerd dat de ligging nabij het spoor niet goed was meegenomen in de waardebepaling, maar de rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar dit aspect adequaat heeft beoordeeld. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, wat betekent dat de WOZ-waarde en de aanslag onroerendezaakbelastingen gehandhaafd blijven. Belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.