Eiser heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist op zijn bezwaar tegen de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid op grond van de Wet WIA. De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat eiser het UWV op 18 augustus 2025 in gebreke heeft gesteld.
Het UWV gaf aan dat de vertraging werd veroorzaakt door een tekort aan verzekeringsartsen, waardoor spreekuren niet tijdig konden worden ingepland. De rechtbank acht een termijn van vier maanden redelijk om alsnog een zorgvuldige beslissing te nemen, gezien het belang van een zorgvuldige besluitvorming en het belang van een tijdige beslissing voor eiser.
Daarnaast legt de rechtbank het UWV een dwangsom op van € 100 per dag dat het besluit uitblijft, met een maximum van € 15.000. Het UWV wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiser. De uitspraak is gedaan zonder zitting omdat het beroep kennelijk gegrond is.