Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat dit niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen de afwijzing van een WIA-uitkering van 21 november 2024. De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat eiseres het UWV op 23 juni 2025 in gebreke heeft gesteld.
De rechtbank bepaalt dat het UWV binnen een termijn van vier maanden na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op het bezwaar moet nemen. Deze termijn is verlengd ten opzichte van de wettelijke standaardtermijn van twee weken vanwege de achterstanden bij het UWV door een tekort aan verzekeringsartsen en het belang van een zorgvuldige besluitvorming.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag dat het UWV de termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Het UWV wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 30 oktober 2025.