ECLI:NL:RBZWB:2025:7449
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van beroep inzake verzoek om openbaarmaking op grond van de Wet open overheid
Op 17 augustus 2023 heeft eiser een verzoek ingediend op basis van de Wet open overheid (Woo) bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarle-Nassau, met het verzoek om alle rapporten van een controle die op dezelfde datum op een specifieke locatie is uitgevoerd. Het college heeft dit verzoek op 26 februari 2024 afgewezen. Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt en, na een ingebrekestelling wegens het niet tijdig beslissen op het bezwaar, op 6 september 2024 beroep ingesteld. Het college heeft op 20 september 2024 alsnog een beslissing op bezwaar genomen, waarbij het bezwaar ongegrond werd verklaard en het primaire besluit in stand bleef. Eiser heeft zijn beroep vervolgens aangevuld en het college heeft gereageerd met een verweerschrift. Op 31 januari 2025 zijn de rapporten van de controle openbaar gemaakt. De rechtbank heeft het beroep van eiser op 23 oktober 2025 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde aanwezig waren, evenals vertegenwoordigers van het college. De rechtbank heeft geoordeeld dat eiser geen procesbelang meer had, omdat de gevraagde stukken inmiddels openbaar waren gemaakt. Hierdoor werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard, maar het college werd wel veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten aan eiser, omdat hij op het moment van het instellen van het beroep wel procesbelang had. De rechtbank heeft de kosten voor rechtsbijstand vastgesteld op € 453,50, maar heeft geen vergoeding gegeven voor de zitting en reiskosten, aangezien de stukken al openbaar waren gemaakt.