Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De benadeelde partij
6.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het tenlastegelegde feit;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 21 januari 2017 vond een feest plaats in de woning van verdachte waar verdachte, aangeefster en getuige 1 aanwezig waren. Seksuele handelingen tussen verdachte en aangeefster zijn niet betwist, maar de vraag is of deze vrijwillig waren en of sprake was van dwang of geweld.
Aangeefster deed op 4 oktober 2023 aangifte van verkrachting. De officier van justitie achtte de verklaring van aangeefster betrouwbaar en ondersteund door getuigenverklaringen, terwijl de verdediging stelde dat de verklaringen op essentiële punten tegenstrijdig zijn.
De rechtbank concludeert dat de verklaringen onvoldoende steunbewijs bieden en dat er geen eenduidig beeld is van de omstandigheden. Daarom is niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte aangeefster heeft gedwongen tot seksuele handelingen. Verdachte wordt vrijgesproken en de vordering van de benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van verkrachting.