ECLI:NL:RBZWB:2025:7431
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen navorderingsaanslag vennootschapsbelasting wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende BV heeft beroep ingesteld tegen een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting over de periode van 1 februari 2019 tot en met 31 december 2020. De rechtbank beoordeelt dit beroep zonder zitting omdat het kennelijk niet-ontvankelijk is wegens termijnoverschrijding.
De wettelijke termijn voor het indienen van het beroepschrift bedraagt zes weken, te rekenen vanaf de dag na de dagtekening van de uitspraak op bezwaar van 27 september 2023. Dit betekent dat het beroepschrift uiterlijk op 8 november 2023 ontvangen had moeten zijn. Belanghebbende heeft het beroepschrift echter pas op 17 april 2025 digitaal ingediend, ruim na het verstrijken van de termijn.
Belanghebbende voerde aan dat de termijnoverschrijding het gevolg was van een administratief misverstand door de coördinatie van meerdere gelijktijdige procedures. De rechtbank oordeelt dat deze reden niet leidt tot verontschuldigbaarheid van de termijnoverschrijding en dat de overschrijding aan belanghebbende is toe te rekenen. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en blijft het bestreden besluit in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslag vennootschapsbelasting is niet-ontvankelijk verklaard wegens het te laat indienen van het beroepschrift zonder verontschuldigbare reden.