ECLI:NL:RBZWB:2025:7429

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
29 oktober 2025
Publicatiedatum
30 oktober 2025
Zaaknummer
25/496
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:73 AwbWet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd tot beoordeling schadevergoeding in belastingzaak

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de inspecteur van de Belastingdienst met het verzoek om schadevergoeding en proceskostenvergoeding. De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld en oordeelt dat zij niet bevoegd is om het verzoek tot schadevergoeding te beoordelen.

De rechtbank stelt vast dat het geschil over de verzuimboete reeds is afgesloten met de uitspraak op bezwaar. Het beroep richt zich uitsluitend op een schadevergoeding in verband met de afhandeling van dat bezwaar en een proceskostenveroordeling. De Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt echter geen mogelijkheid om in deze procedure een schadevergoeding vast te stellen tegen de Belastingdienst.

Artikel 8:73 Awb Pro (oud) is van toepassing en beperkt de bevoegdheid van de bestuursrechter tot schadevergoeding die voortvloeit uit een besluit in de procedure tegen dat besluit. Omdat belanghebbende niet tegen de uitspraak op bezwaar procedeert, is de belastingrechter onbevoegd. Belanghebbende wordt verwezen naar de civiele rechter of de Belastingdienst voor het schadeverzoek.

De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding en griffierechtvergoeding af en verklaart zich onbevoegd. De uitspraak is gedaan door rechter S.J. Willems-Ruesink op 29 oktober 2025 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd tot beoordeling van het verzoek om schadevergoeding en wijst proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 25/496

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 oktober 2025 in de zaak tussen

drs. [belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende

en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende met dagtekening 15 januari 2025. Belanghebbende verzoekt om een schadevergoeding en een proceskostenvergoeding.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat de belastingrechter onbevoegd is het verzoek te beoordelen.. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
3. De rechtbank stelt vast dat het geschil over de verzuimboete ten einde is gekomen op het moment dat de uitspraak op bezwaar is gedaan. Het beroep ziet enkel nog op het verzoek om schadevergoeding in verband met de afhandeling van dat bezwaar (en proceskostenveroordeling). De wet biedt geen mogelijkheid om in deze procedure een schadevergoeding vast te stellen. Titel 8.4 van de Awb bevat wel een regeling voor schadevergoeding maar die bepalingen zijn (nog) niet van toepassing verklaard in geschillen als deze met de belastingdienst. Daarom is artikel 8:73 van Pro de Awb (oud) nog van toepassing. [1] Dit artikel geeft de bestuursrechter alleen de mogelijkheid om schade te vergoeden die is ontstaan door een besluit van de inspecteur in het kader van een procedure tegen dat besluit. Een zelfstandig schadeverzoek is niet mogelijk.
4. In dit geval procedeert belanghebbende niet tegen de uitspraak op bezwaar. De belastingrechter is dus niet bevoegd om het verzoek om schadevergoeding te beoordelen. Belanghebbende kan het verzoek om schadevergoeding indienen bij de Belastingdienst of voorleggen aan de civiele rechter.

Conclusie en gevolgen

De rechtbank is onbevoegd een oordeel te geven over het verzoek om schadevergoeding. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Belanghebbende heeft ook geen recht op vergoeding van het griffierecht.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van D. Weijtens, griffier, op 29 oktober 2025 en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst en wordt aan de partij die niet digitaal procedeert aangetekend per post verzonden op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Op grond van artikel V, tweede lid, van de Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten.