ECLI:NL:RBZWB:2025:7403
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde en aanslag onroerendezaakbelasting door de Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 29 oktober 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in de zaak tussen een belanghebbende en de heffingsambtenaar van de gemeente Drimmelen over de WOZ-waarde van een woning. De belanghebbende had beroep aangetekend tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar, die de waarde van de woning per 1 januari 2022 had vastgesteld op € 462.000. De rechtbank heeft de zaak behandeld op 21 mei 2025, waarbij de gemachtigde van de belanghebbende en de heffingsambtenaar aanwezig waren. De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar de waarde van de woning niet te hoog had vastgesteld en dat de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) terecht was opgelegd. De rechtbank concludeerde dat de gebruikte referentiewoningen voldoende vergelijkbaar waren en dat de heffingsambtenaar adequaat rekening had gehouden met de verschillen in waarde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor de WOZ-beschikking en de aanslag OZB gehandhaafd blijven. De belanghebbende kreeg geen griffierecht terug en ook geen vergoeding van proceskosten.