ECLI:NL:RBZWB:2025:7403
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde en aanslag onroerendezaakbelasting woning te Drimmelen
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning te Drimmelen, waarvan de WOZ-waarde per 1 januari 2022 is vastgesteld op €462.000. Tegen deze waardebepaling en de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) heeft belanghebbende bezwaar gemaakt, dat door de heffingsambtenaar is afgewezen. De rechtbank heeft het beroep op 21 mei 2025 behandeld.
Belanghebbende voerde onder meer aan dat de heffingsambtenaar niet alle relevante stukken had overgelegd en dat de gebruikte referentiewoningen onjuist waren gewaardeerd, onder meer vanwege gedateerde voorzieningen en ligging nabij een school. De heffingsambtenaar verdedigde de waarde met een taxatierapport van november 2024, waarin de vergelijkingsmethode werd toegepast met drie referentiewoningen.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar voldoende zorgvuldig heeft gehandeld, ook ten aanzien van het verzoek om foto’s en de wijziging van referentiewoningen in de beroepsfase. De gebruikte referentiewoningen zijn vergelijkbaar en de verschillen met de woning van belanghebbende zijn adequaat gecorrigeerd, onder meer voor onderhoudsstaat, ligging en perceelsgrootte. De rechtbank concludeert dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. De aanslag OZB blijft gehandhaafd en belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en de aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde waarde van €462.000 blijft gehandhaafd.