ECLI:NL:RBZWB:2025:7402
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de WOZ-waarde van een vrijstaande woning in Drimmelen
Op 29 oktober 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in de zaak tussen een belanghebbende en de heffingsambtenaar van de gemeente Drimmelen. De zaak betreft een beroep tegen de WOZ-beschikking waarbij de waarde van de onroerende zaak, een vrijstaande woning, op 1 januari 2022 is vastgesteld op € 450.000. De belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen deze waardevaststelling en de daaropvolgende aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor het jaar 2023. De rechtbank heeft het beroep op 21 mei 2025 behandeld, waarbij de gemachtigde van de belanghebbende en de taxateur van de heffingsambtenaar aanwezig waren. De rechtbank heeft vastgesteld dat de heffingsambtenaar de waarde van de woning niet te hoog heeft vastgesteld en dat de gebruikte referentiewoningen voldoende vergelijkbaar zijn. De rechtbank heeft geoordeeld dat de heffingsambtenaar niet onzorgvuldig heeft gehandeld door in de beroepsprocedure andere referentiewoningen te gebruiken. De rechtbank concludeert dat de WOZ-beschikking en de aanslag OZB gehandhaafd blijven, en het beroep van de belanghebbende ongegrond is verklaard. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep.