ECLI:NL:RBZWB:2025:7259
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en aanslag onroerendezaakbelasting gemeente Drimmelen
Belanghebbende is eigenaar van een rijwoning uit 1971 met diverse bijgebouwen en betwist de vastgestelde WOZ-waarde van €306.000 per 1 januari 2022. De heffingsambtenaar van de gemeente Drimmelen heeft deze waarde vastgesteld en de aanslag onroerendezaakbelasting opgelegd, welke belanghebbende heeft aangevochten.
De rechtbank beoordeelt of de waarde te hoog is vastgesteld aan de hand van de vergelijkingsmethode met referentiewoningen die recentelijk rond de waardepeildatum zijn verkocht. De heffingsambtenaar heeft een taxatiematrix overgelegd waarin de woning is vergeleken met drie referentiewoningen, waarbij ook KOUDV-factoren en afzonderlijke waarderingen voor onderdelen zoals garage en overkapping zijn toegepast.
Belanghebbende heeft aangevoerd dat niet alle gegevens en referentiewoningen in bezwaar zijn verstrekt en dat onvoldoende rekening is gehouden met gedateerde voorzieningen. De rechtbank constateert dat de heffingsambtenaar aan zijn informatieplicht heeft voldaan en dat belanghebbende geen aanvullende bewijsstukken heeft overgelegd. De toegepaste waarderingsfactoren zijn redelijk en leiden niet tot een te hoge waardebepaling.
De rechtbank concludeert dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. De aanslag onroerendezaakbelasting blijft gehandhaafd en belanghebbende krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en aanslag onroerendezaakbelasting is ongegrond verklaard en de vastgestelde waarde van €306.000 wordt gehandhaafd.