ECLI:NL:RBZWB:2025:7257
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen WOZ-waarde vaststelling en aanslag OZB woning
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, gelegen aan een adres te een plaats, vastgesteld op €410.000 per 1 januari 2022. De heffingsambtenaar van de gemeente Drimmelen handhaafde deze waarde en legde op basis daarvan de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor 2023 op.
De rechtbank heeft het beroep op 16 september 2025 behandeld, waarbij de gemachtigde van belanghebbende afwezig was. De rechtbank beoordeelde of de WOZ-waarde te hoog was vastgesteld aan de hand van de vergelijkingsmethode, waarbij referentiewoningen uit nabijgelegen kernen werden gebruikt en gecorrigeerd met grondstaffels.
De heffingsambtenaar overhandigde een taxatiematrix met referentiewoningen die binnen een jaar voor de waardepeildatum waren verkocht. Belanghebbende leverde geen aanvullende bewijsstukken aan, ondanks verzoeken om foto’s. De rechtbank concludeerde dat de heffingsambtenaar voldoende inzicht had gegeven in de waardering en dat de waarde niet te hoog was vastgesteld.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond, handhaafde de WOZ-waarde en de aanslag OZB en wees een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en de aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde waarde van €410.000 gehandhaafd.