ECLI:NL:RBZWB:2025:7253
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ingangsmoment voortzettingsbeschikking 30%-regeling correct vastgesteld door inspecteur
Belanghebbende en een Nederlandse vennootschap hebben gezamenlijk een verzoek ingediend voor voortgezette toepassing van de 30%-regeling met een looptijd van september 2023 tot maart 2028. De inspecteur kende de regeling toe met ingang van juni 2024, omdat het verzoek pas in mei 2024 werd gedaan, ruim na de viermaandentermijn.
Belanghebbende betoogde dat het ingangsmoment op september 2023 moest worden vastgesteld vanwege feitelijke continuïteit van de tewerkstelling en omstandigheden zoals trage besluitvorming en foutieve adressering door de inspecteur. De rechtbank oordeelde echter dat de wettelijke regeling geen beleidsruimte aan de inspecteur laat en dat de termijnoverschrijding materiële gevolgen heeft voor het ingangsmoment en de looptijd.
De rechtbank concludeert dat de inspecteur het ingangsmoment correct heeft vastgesteld op 1 juni 2024 en wijst het beroep af. Belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen het ingangsmoment van de voortzettingsbeschikking wordt ongegrond verklaard en het ingangsmoment blijft 1 juni 2024.