ECLI:NL:RBZWB:2025:7248

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
13 oktober 2025
Publicatiedatum
27 oktober 2025
Zaaknummer
C/02/440219 / FA RK 25-4955
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Van de Merbel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet zorg en dwang (Wzd)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wegens psychogeriatrische aandoening

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene, die lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene erkent geheugenachteruitgang maar verzet zich tegen opname en wil thuis blijven wonen. De casemanager en familie rapporteren frequent dwaalgedrag, onrust en gevaarlijke situaties, ondanks hulpverlening thuis en het gebruik van een GPS-systeem.

De rechtbank stelt vast dat betrokkene lijdt aan dementie, vastgesteld in januari 2022, en dat het gedrag leidt tot ernstig nadeel zoals levensgevaar en verwaarlozing. Betrokkene vertoont stoornissen in geheugen, taal en oriëntatie, met regelmatig dwaalgedrag zonder passende kleding, wat zorgelijk is met het naderende winterseizoen. Hulpverlening thuis is onvoldoende en uitbreiding is niet mogelijk vanwege weigering van betrokkene.

Gelet op de ernst van de situatie en het ontbreken van minder bezwarende alternatieven, concludeert de rechtbank dat opname en verblijf in een verpleeginstelling noodzakelijk en geschikt zijn om het ernstig nadeel te voorkomen. De machtiging wordt verleend voor zes maanden, met ingang van 13 oktober 2025 tot en met 13 april 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens ernstig nadeel door psychogeriatrische aandoening.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/440219 / FA RK 25-4955
Datum uitspraak: 13 oktober 2025
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1941 te [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonende te [plaats] ,
advocaat: mr. E.S. van Aken te Zierikzee.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 1 oktober 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 13 oktober 2025, op het thuisadres van betrokkene. Daarbij zijn verschenen en gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- mevrouw [persoon 1] , casemanager;
- de heer [persoon 2] , schoonzoon van betrokkene.

2.Het verzoek

2.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank ten aanzien van betrokkene een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.De standpunten

3.1.
Betrokkene benoemt tijdens de zitting dat zij herkent dat haar geheugen wat achteruitgaat. Dat hoort volgens betrokkene bij haar leeftijd. Er zijn echter geen zorgen over betrokkene. Het gaat goed thuis en betrokkene doet alles nog zelf, verspreid over de dagen. Ook komt het dwalen volgens betrokkene nog maar zelden voor. Zij gaat nu niet meer naar buiten ‘s avonds. Er is sinds kort wel wat hulpverlening thuis, maar deze heeft betrokkene eigenlijk niet nodig. Tot slot benadrukt betrokkene dat zij thuis wil blijven wonen.
3.2.
De advocaat benoemt dat er wordt voldaan aan de wettelijke criteria. Er is sprake van een psychogeriatrische aandoening bij betrokkene, waaruit ernstig nadeel kan ontstaan als betrokkene buiten gaat dwalen. Er zijn geen alternatieven meer voor 24-uurszorg. Ook woont de familie van betrokkene niet in de buurt. Betrokkene verzet zich tot slot tegen de opname en het verblijf in een verpleeginstelling. Zij wil graag thuis blijven wonen.
3.3.
De casemanager benoemt dat er nog steeds en in toenemende mate sprake is van dwalen bij betrokkene. Betrokkene is recent nog twee keer naar huis gebracht door de politie en ambulance en zij is vorige week ’s avonds buiten gevonden door een onbekende persoon. Ook wordt betrokkene regelmatig door haar buren thuisgebracht. Het dwalen leidt tot veel onrust en psychisch lijden bij betrokkene. Ook gaat betrokkene regelmatig zonder jas en schoenen naar buiten. Dit is zorgelijk nu de winter eraan komt en maakt dat de inzet van een GPS-systeem vrijwel geen effect heeft (gehad). De, overigens heel betrokken, familie van betrokkene woont bovendien niet in de buurt, en zijn om die reden niet bij machte om betrokkene steeds naar huis te brengen als zij verdwaald is. Desgevraagd benoemt de casemanager dat betrokkene op dit moment twee keer per week begeleiding ontvangt in de thuissituatie. Daarnaast komt de thuiszorg drie keer per dag bij betrokkene langs. Doordat het dwalen van betrokkene veelal op onplanbare momenten gebeurt, biedt uitbreiding van deze hulpverlening thuis volgens de casemanager geen soelaas en is er geen alternatief meer voorhanden dan een opname van betrokkene in een verpleeginstelling. Het inzetten van dagbesteding is overwogen, maar betrokkene weigert dit en dit zal bovendien juist tot nog meer onrust bij betrokkene leiden op de momenten dat zij van de dagbesteding thuis komt. Betrokkene kan als het goed is op korte termijn in een verpleeginstelling in [plaats] terecht.
3.4.
De schoonzoon sluit zich aan bij hetgeen de casemanager naar voren heeft gebracht. Het dwalen van betrokkene komt regelmatig voor en daar maakt de familie zich grote zorgen om. Het zorgt voor veel onrust bij betrokkene zelf en haar omgeving.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
Uit de overgelegde stukken is het de rechtbank gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, in de vorm van dementie (ziekte van Alzheimer en vasculaire dementie). Deze diagnose is op 10 januari 2022 door huisarts dr. [persoon 3] ten aanzien van betrokkene gesteld. Dit is door of namens betrokkene niet betwist.
4.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit levensgevaar, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
4.4.
De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene onder invloed van de psychogeriatrische aandoening is belast met stoornissen in het korte- en langetermijngeheugen, stoornissen in taal en executieve functies en desoriëntatie in plaats, persoon en tijd. Als gevolg daarvan vertoont betrokkene in de thuissituatie geregeld dwaalgedrag, zowel overdag als ’s nachts, waarbij zij geen juiste schoeisel en kleding draagt. Betrokkene wordt dan met enige regelmaat teruggebracht naar huis door de ambulance en politie. Verder weigert betrokkene regelmatig de hulp van de thuiszorg. Ook is betrokkene de afgelopen tijd afgevallen doordat zij weinig en slecht eet.
4.5.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene is blijvend aangewezen op intensieve en gespecialiseerde 24-uurszorg, toezicht en begeleiding in de nabijheid in een veilige en gestructureerde woonvoorziening. Bovendien wordt het steunsysteem van betrokkene, dat zich steeds met een grote betrokkenheid heeft ingezet voor het welzijn van betrokkene, met een opname van betrokkene ontlast.
4.6.
Betrokkene verzet zich hiertegen. Zij geeft zowel verbaal als non-verbaal aan dat zij thuis wil blijven wonen en niet wil worden opgenomen in een verpleeginstelling.
4.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Het is niet mogelijk gebleken om de thuiszorg en sociale voorzieningen voor betrokkene uit te breiden, omdat betrokkene daar niet voor openstaat. Daarbij komt dat het dwalen van betrokkene zich met name op de onplanbare momenten voordoet.
4.8.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden, met ingang van heden en tot en met 13 april 2026.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1941 in [geboorteplaats] ;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt
tot en met 13 april 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2025 door mr. Van de Merbel, rechter, in aanwezigheid van mr. De Haas, griffier en op schrift gesteld op 27 oktober 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.