ECLI:NL:RBZWB:2025:7246

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
13 oktober 2025
Publicatiedatum
27 oktober 2025
Zaaknummer
C/02/439157 / FA RK 25-4380
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Van de Merbel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing restantverzoek zorgmachtiging; voortzetting zorg in vrijwillig kader

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 13 oktober 2025 het restantverzoek tot zorgmachtiging voor betrokkene, die verblijft in een psychiatrisch ziekenhuis. De officier van justitie verzocht om verlenging van de machtiging voor zes maanden met diverse vormen van verplichte zorg. Betrokkene gaf aan het momenteel goed te gaan en was bereid in de instelling te blijven om zich voor te bereiden op ontslag naar huis.

De advocaat van betrokkene bepleitte afwijzing van het verzoek, stellende dat de zorg vrijwillig kan worden voortgezet en dat betrokkene verlof naar huis verder kan opbouwen. De zorgverleners bevestigden de positieve situatie en dat medicatie en nazorg geregeld zijn, met een verwachting dat betrokkene binnen een maand naar huis kan.

De rechtbank overwoog dat hoewel betrokkene een psychische stoornis heeft met ernstig nadeel, de noodzakelijke zorg op vrijwillige basis kan worden voortgezet. Betrokkene is bereid medicatie te gebruiken en ambulante behandeling te accepteren. De wettelijke criteria voor een zorgmachtiging zijn daardoor niet meer vervuld.

De rechtbank wees het restantverzoek af en besloot dat de zorg in het vrijwillig kader kan worden voortgezet. De beschikking werd mondeling gegeven en op 27 oktober 2025 schriftelijk vastgesteld. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Het restantverzoek tot zorgmachtiging wordt afgewezen en de zorg kan voortgezet worden in het vrijwillig kader.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/439157 / FA RK 25-4380
Datum uitspraak: 13 oktober 2025
Nadere beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1988 te [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonende te [plaats 1] ,
thans verblijvende in psychiatrisch ziekenhuis [stichting] te [plaats 2] ,
advocaat: mr. J.E.S. de Rechter te Hulst.

1.Het nadere verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van deze rechtbank van 15 september 2025 en alle daarin opgenomen en vermelde stukken;
- de schriftelijke update van de zorgverantwoordelijke van 7 oktober 2025, ontvangen op 8 oktober 2025.
1.2.
De nadere zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 13 oktober 2025, in de bovengenoemde accommodatie. Daarbij zijn verschenen en gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de heer [persoon 1] , verpleegkundig specialist;
- de heer [persoon 2] , verpleegkundige;
- de heer [persoon 3] , basisarts.

2.Het verzoek

2.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden, met de volgende vormen van verplichte zorg:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- het insluiten;
- het onderzoeken aan kleding of lichaam;
- het onderzoeken van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- het opnemen in een accommodatie.
2.2.
Bij beschikking van deze rechtbank van 15 september 2025 is ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging verleend, met ingang van 15 september 2025 en tot en met 13 oktober 2025. Het resterende deel van het verzoek is aangehouden.
2.3.
Gelet op het voorgaande dient de rechtbank nog een beslissing te nemen over het resterende deel van het verzoek voor de periode van 14 oktober 2025 en tot en met 15 maart 2026.

3.De nadere standpunten

3.1.
Betrokkene benoemt tijdens de zitting dat het op dit moment heel goed met hem gaat. De afgelopen weken in [stichting] hebben hem goed gedaan. Er is hier veel structuur en hij heeft een fijne dag invulling met sporten en een dagbesteding. Betrokkene is dan ook bereid om voorlopig nog in [stichting] opgenomen te blijven, zodat in de tussentijd alles goed kan worden geregeld voor zijn ontslag naar huis. Daar maakt betrokkene zich op dit moment nog veel zorgen over, omdat er thuis (nog) geen structuur is en hij er thuis weer alleen voor komt te staan, waardoor hij weer kan terugvallen in alcoholgebruik. Daarom wil betrokkene de komende tijd daarom graag verder oefenen met verlof naar huis, inclusief overnachtingen.
3.2.
De advocaat bepleit namens betrokkene afwijzing van het resterende deel van het verzoek. De benodigde zorg kan in het vrijwillig kader worden voortgezet. De komende tijd dient het verlof van betrokkene naar huis verder te worden opgebouwd. Ook moet er, voordat betrokkene naar huis gaateen duidelijk dagprogramma voor betrokkene worden opgesteld, zodat betrokkene precies weet wat hij wanneer moet doen als hij weer thuis is.
3.3.
De verpleegkundig specialist en verpleegkundige benoemen dat het momenteel goed gaat met betrokkene. Voordat hij met ontslag naar huis kan gaan, moet hij goed zijn ingesteld op medicatie en moet de nazorg voor hem zijn geregeld. Het eerste is al gelukt; betrokkene krijgt nu medicatie voor zijn overprikkeling en ter bevordering van een goede nachtrust, en dit moet de komende tijd en in de thuissituatie zo worden voortgezet. Er is nog geen medicatie ingezet om de zucht van betrokkene naar alcohol te verminderen, omdat hij die zucht in [stichting] niet heeft. In de thuissituatie kan nader worden onderzocht of daar noodzaak toe is. De nazorg is ook al bijna geregeld. Het is de bedoeling om thuisbegeleiding vanuit de gemeente in te zetten. De gemeente heeft een ontslagdatum van betrokkene nodig en dan kan de begeleiding worden opgestart. Er zal dan regelmatig contact met betrokkene worden onderhouden en de begeleiding zal samen met betrokkene bekijken hoe hij zijn dagen thuis praktisch kan gaan invullen. Daarnaast zal er een online traject bij [verslavingszorg] worden opgestart voor de verslaving in relatie tot de autismespectrumstoornis van betrokkene. Het intake gesprek kan al worden gepland. Vanwege het voorgaande zal betrokkene naar verwachting over een maand naar huis kunnen gaan. Desgevraagd benoemt de verpleegkundig specialist dat betrokkene openstaat voor de medicatie en de ambulante behandeling en ook bereid is om voorlopig nog in [stichting] te blijven. Het resterende deel van het verzoek kan daarom worden afgewezen. De komende tijd zal het verlof van betrokkene naar huis verder worden opgebouwd. Het is ook mogelijk om dan al eens thuis te overnachten.
3.4.
De basisarts sluit zich aan bij hetgeen de verpleegkundig specialist en de verpleegkundige naar voren hebben gebracht.

4.De nadere beoordeling

4.1.
De rechtbank wijst het resterende deel van de gevraagde machtiging af. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
De rechtbank overweegt, gezien de overgelegde stukken en wat er tijdens de mondelinge behandeling is besproken, als volgt. Betrokkene lijdt aan een psychische stoornis en er is sprake van daaruit voortkomend ernstig nadeel. Echter, gebleken is dat de noodzakelijk geachte zorg verder op vrijwillige basis kan worden voortgezet. Betrokkene is bereid om voorlopig nog in [stichting] opgenomen te blijven, zodat in de tussentijd al datgene dat nodig is voor na zijn ontslag goed kan worden geregeld. Ook is betrokkene bereid de benodigde medicatie te blijven innemen en ambulante behandeling te accepteren.
4.3.
Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat niet meer is voldaan aan de wettelijke criteria voor het verlenen van een zorgmachtiging. Het restantverzoek zal dan ook worden afgewezen.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
wijst het resterende deel van het verzoek tot een zorgmachtiging af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2025 door mr. Van de Merbel, rechter, in aanwezigheid van mr. De Haas, griffier en op schrift gesteld op 27 oktober 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.