Op 21 februari 2023 vond een incident plaats waarbij verdachte betrokken was in Diessen. Verdachte werd beschuldigd van openlijke geweldpleging in vereniging tegen een slachtoffer, met zwaar lichamelijk letsel als gevolg, dan wel subsidiair van het opzettelijk gelegenheid verschaffen tot geweldpleging. Tijdens de zitting op 26 september 2025 en de sluiting van het onderzoek op 10 oktober 2025 werden standpunten van het OM en de verdediging uitgewisseld.
De rechtbank oordeelde dat verdachte geen significante bijdrage had geleverd aan het geweld zelf, maar wel met zijn auto het slachtoffer had achtervolgd en afgeknepen, waardoor medeverdachte de gelegenheid kreeg het slachtoffer te mishandelen. Dit subsidiair ten laste gelegde feit kon echter niet worden gekwalificeerd onder artikel 141a Sr omdat mishandeling geen openlijke geweldpleging is en de wetsgeschiedenis van artikel 141a Sr dit artikel beperkt tot voorbereidingshandelingen van openlijk geweld.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het primair ten laste gelegde feit en ontsloeg hem van alle rechtsvervolging voor het subsidiair ten laste gelegde feit. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard en verwezen naar de burgerlijke rechter. De rechtbank veroordeelde verdachte tot betaling van de kosten van de benadeelde partij, die tot op heden nihil waren.