ECLI:NL:RBZWB:2025:7140

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
2 oktober 2025
Publicatiedatum
23 oktober 2025
Zaaknummer
C/02/440096 / FA RK 25-4885
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Govaers
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor twaalf maanden op grond van Wvggz ter waarborging verplichte zorg

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 2 oktober 2025 een zorgmachtiging verleend voor de duur van twaalf maanden aan betrokkene, geboren in 1995, op verzoek van de officier van justitie. Deze machtiging is aansluitend op een eerdere zorgmachtiging die liep tot 1 november 2025.

Betrokkene lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en neurobiologische ontwikkelingsstoornissen. Hoewel het momenteel goed gaat met betrokkene, blijkt uit het verleden dat bij het staken van medicatie een forse crisis ontstond. De casemanager benadrukt dat de zorgmachtiging noodzakelijk is als stok achter de deur om betrokkene te motiveren zich aan de afspraken te houden, mede vanwege het aanhoudend cannabisgebruik.

De rechtbank oordeelt dat verplichte zorg nodig is om ernstig nadeel, zoals levensgevaar en maatschappelijke teloorgang, te voorkomen. De toegewezen zorg omvat medicatietoediening, medische controles en beperkingen in de vrijheid, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen. De rechtbank acht geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar en vindt een termijn van twaalf maanden passend om rust en duidelijkheid te bieden.

De advocaat van betrokkene voerde aan dat de wettelijke vereisten niet zijn vervuld en verzocht primair afwijzing, subsidiair verlenging voor zes maanden. De rechtbank wijst dit af en verleent de machtiging voor de gevraagde duur. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden met verplichte zorgmaatregelen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/440096 / FA RK 25-4885
Datum uitspraak: 2 oktober 2025
Beschikking zorgmachtiging aansluitend op een zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1995 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat: mr. Z. Yeral uit Roosendaal.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 23 september 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 oktober 2025 op de FACT-locatie van [ggz-instelling] aan de [adres] . Daarbij zijn aanwezig en gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de casemanager, [persoon] .

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft op 1 november 2024 een zorgmachtiging verleend tot en met 1 november 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden met de volgende vormen van verplichte zorg:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat het goed met hem gaat. Hij gaat volgende week starten met zijn nieuwe baan en kijkt daar erg naar uit. Ook de medicatie verloopt naar behoren. Betrokkene haalt iedere vier weken zijn depotmedicatie op. Hij is goed ingesteld op de medicatie en heeft, op een lage bloeddruk na, geen last van bijwerkingen. Betrokkene zal de medicatie dan ook blijven innemen, ongeacht of het verplicht is of niet. Desondanks vindt betrokkene het prettig als de zorgmachtiging wordt verleend als stok achter de deur. Tot slot geeft betrokkene aan dat hij nog steeds cannabis gebruikt om na een drukke dag in slaap te kunnen vallen.
4.2.
De casemanager verklaart, samengevat, dat het op dit moment beter gaat met betrokkene. Hij komt iedere vier weken consequent zijn depotmedicatie halen en komt afspraken met het FACT-team na. De zorgmachtiging acht de casemanager nog wel noodzakelijk. In het verleden is gebleken dat betrokkene zich aan de afspraken houdt omdat er een zorgmachtiging ligt. Als er geen zorgmachtiging is, is de kans aanwezig dat betrokkene zich niet meer aan de afspraken houdt. Voor de laatste opname heeft betrokkene de keuze gemaakt om zijn medicatie te staken waarna een forse crisis het gevolg was. De casemanager acht het dan ook noodzakelijk dat de zorgmachtiging voor twaalf maanden wordt verleend als stok achter de deur en om betrokkene te motiveren. Ook het aanhoudend middelengebruik van betrokkene blijft in het kader van zijn medewerking een onzekere factor.
4.3.
De advocaat bepleit, samengevat, dat niet aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. Het gaat goed met betrokkene. Hij heeft een (nieuwe) baan en een eigen woning. Hij komt hij altijd zijn afspraken na en haalt hij zijn medicatie consequent op. Een zorgmachtiging is een forse inbreuk op de vrijheden van betrokkene en is dan ook niet bedoeld om te fungeren als stok achter de deur. Er is niet gebleken dat de zorgmachtiging de afgelopen zes maanden is ingezet. Het is dan ook niet aannemelijk dat betrokkene zal decompenseren en geen medewerking zal verlenen. De advocaat verzoekt daarom primair het verzoek af te wijzen. Subsidiair verzoekt de advocaat om de zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken, waaronder de medische verklaring, en hetgeen tijdens de zitting is besproken, blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (autismespectrumstoornissen).
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- maatschappelijke teloorgang.
5.4.
De rechtbank neemt daarbij onder andere in aanmerking dat betrokkene tijdens een psychotische decompensatie gevaar en overlast veroorzaakt. Zo heeft hij tijdens een eerdere decompensatie brandjes gesticht in het centrum van [plaats] . Daarbij isoleert betrokkene zich, mijdt hij actief contacten en is er sprake van zelfverwaarlozing en financiële problemen.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Uit de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de zitting is besproken, blijkt dat betrokkene zijn medewerking aan de noodzakelijke zorg op dit moment verleent. Het gaat nu goed met betrokkene en hij komt iedere vier weken zijn depotmedicatie halen. De rechtbank onderschrijft dan ook het standpunt van de advocaat dat er op dit moment geen sprake is van verzet. Desondanks is in het verleden gebleken dat betrokkene ambivalent tegenover de noodzakelijke zorg kan staan. Betrokkene heeft bij een eerdere decompensatie zijn medicatie geweigerd wat heeft geleid tot een forse crisissituatie. De rechtbank acht de kans dan ook groot dat verzet op gaat treden op het moment dat betrokkene een terugval heeft. Daarbij komt dat betrokkene nog steeds verdovende middelen gebruikt en de casemanager heeft aangegeven dat dit een onzekere factor voor de medewerking van betrokkene is. Daarom is de rechtbank van oordeel dat verplichte zorg nodig is zodat betrokkene zich ook aan de afspraken houdt als het minder goed gaat met hem gaat. De rechtbank neemt tot slot in aanmerking dat betrokkene zelf ook de noodzaak van een zorgmachtiging (als stok achter de deur) inziet.
5.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen
– hieronder dient te worden verstaan dat betrokkene periodiek contact heeft met zijn ambulant behandelteam en hij de door hen gegeven aanwijzingen opvolgt.
5.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
5.9.
De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst, zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
5.10.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van twaalf maanden. De rechtbank acht het niet in het belang van betrokkene om de zorgmachtiging in duur te beperken, zoals subsidiair is verzocht door de advocaat. Een kortere duur betekent naar alle waarschijnlijkheid dat na een paar maanden weer toegewerkt zal moeten worden naar een nieuw verzoek. Dit zal voor betrokkene onrust meebrengen, terwijl hij juist gebaat is bij rust en duidelijkheid.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1995 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de volgende maatregelen kunnen worden toegepast:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 2 oktober 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2025 door mr. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. Van der Linde, griffier en op schrift gesteld op 10 oktober 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.