ECLI:NL:RBZWB:2025:7138

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
2 oktober 2025
Publicatiedatum
23 oktober 2025
Zaaknummer
C/02/439659 / FA RK 25-4628
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Govaers
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg bij bipolaire stoornis

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 2 oktober 2025 een zorgmachtiging verleend voor de duur van twaalf maanden aan betrokkene, die lijdt aan een bipolaire stemmingsstoornis. Deze machtiging volgt op een eerdere zorgmachtiging die liep tot 1 november 2025. De officier van justitie had verzocht om verlenging van de zorgmachtiging om verplichte zorg mogelijk te maken, waaronder medicatietoediening, medische controles, bewegingsvrijheidsbeperking en opname in een accommodatie.

Betrokkene gaf aan dat haar psychische toestand momenteel stabieler is en dat zij medicatie consequent inneemt, maar wenst de zorgmachtiging als vangnet bij mogelijke ontregelingen. De regiebehandelaar bevestigde het patroon van snelle en hevige ontregelingen zonder duidelijke aanleiding, waarbij betrokkene wisselend meewerkt en waarbij snelle interventie noodzakelijk is om ernstig nadeel voor betrokkene en haar omgeving te voorkomen.

De rechtbank oordeelde dat er geen passende vrijwillige zorgmogelijkheden zijn en dat verplichte zorg noodzakelijk is om ernstige materiële, financiële en maatschappelijke schade, verwaarlozing en gevaar voor veiligheid te voorkomen. De toegewezen zorgvormen zijn proportioneel en gericht op stabilisatie en veiligheid. De machtiging wordt verleend voor twaalf maanden conform artikel 6:5 Wvggz Pro, met het oog op een herbeoordeling na deze periode.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden om verplichte zorg bij ontregeling mogelijk te maken.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/439659 / FA RK 25-4628
Datum uitspraak: 2 oktober 2025
Beschikking zorgmachtiging aansluitend op een zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1963 in [geboorteplaats] ),
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. C.G. Matze uit Breda.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 11 september 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 oktober 2025 op het kantoor van het [hulpverlening] aan de [adres] . Daarbij zijn aanwezig en gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • de regiebehandelaar, [persoon] .

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft op 1 november 2024 een zorgmachtiging verleend tot en met 1 november 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden, met de volgende vormen van verplichte zorg:
  • het toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles;
  • het beperken van de bewegingsvrijheid;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
  • opnemen in een accommodatie.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat zij een moeilijke week heeft gehad. Zij is een paar dagen in Bosnië geweest vanwege het plotselinge overlijden van haar broer. Wat haar psychische toestand betreft, voert betrokkene aan dat het beter met haar gaat. Het innemen van medicatie is voor betrokkene een vaste handeling geworden. Desondanks wenst betrokkene dat de zorgmachtiging wordt verleend. Het geeft haar namelijk een veilig gevoel als er een vangnet beschikbaar is wanneer zij weer psychisch ontregelt.
4.2.
De regiebehandelaar verklaart, samengevat, dat het op dit moment beter gaat met betrokkene. Haar stemming is redelijk stabiel en zij werkt goed mee met de behandeling. Dit is echter onderdeel van het patroon waarmee betrokkene bekend is. Betrokkene kan heftig ontregelen met veel schade en een opname tot gevolg. Vervolgens stabiliseert zij en gaat het een hele tijd goed, totdat er weer een ontregeling plaatsvindt. De laatste ontregelingen vonden heel snel en onverwachts plaats. De ontregelingen waren heftig en hadden geen duidelijke aanleiding. Gebleken is dat wanneer niet snel wordt ingegrepen, betrokkene fors nadeel aan haarzelf en haar omgeving bezorgd en wisselend is in haar medewerking. Het is daarom van belang dat de zorgverleners bij een ontregeling zo snel mogelijk kunnen ingrijpen. Hiervoor is een zorgmachtiging noodzakelijk.
4.3.
De advocaat verzoekt, samengevat, het verzoek toe te wijzen omdat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. Een zorgmachtiging is nodig zodat bij een ontregeling snel kan worden gehandeld en een langdurige opname kan worden voorkomen. Betrokkene zou het liefst een zorgmachtiging voor de duur van 24 maanden willen, maar de advocaat weet dat dat nog niet tot de mogelijkheden behoort.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken, waaronder de medische verklaring, en wat tijdens de zitting is besproken, blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis in de vorm van een bipolaire stemmingsstoornis.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstige materiële schade;
- ernstige financiële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
  • het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
  • gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.4.
De rechtbank neemt daarbij onder andere in aanmerking dat betrokkene tijdens een ontregeling achterdochtig en, zowel fysiek als verbaal, agressief kan zijn. Betrokkene heeft een beperkt netwerk en haar dochter speelt een belangrijke rol in haar leven. Tijdens de laatste ontregelingen is het contact tussen betrokkene en haar dochter tijdelijk verbroken. De relatie tussen betrokkene en haar dochter is hierdoor zwaar onder druk komen te staan. Bovendien is er bij een ontregeling sprake van (zelf)verwaarlozing, overlast en onverantwoorde financiële uitgaves.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Uit de overgelegde stukken en wat tijdens de zitting is besproken, blijkt dat betrokkene haar medewerking aan de noodzakelijke zorg op dit moment verleent. Betrokkene verkeert nu in een stabiele stemming en geeft aan haar medicatie consequent in te nemen. Ondanks deze positieve ontwikkeling is de rechtbank van oordeel dat vrijwillige zorg op dit moment niet haalbaar is. Betrokkene is bekend met een patroon waarbij haar toestandsbeeld onverwachts kan omslaan in een manische episode. De ontregelingen zijn intens en de directe aanleiding is niet altijd duidelijk. Tijdens deze ontregelingen is vrijwillige zorg ontoereikend omdat betrokkene dan wisselend is in haar medewerking. In het verleden is gebleken dat snel ingegrepen moet worden omdat betrokkene anders volledig uit contact treedt. Daarom is de rechtbank van oordeel dat verplichte zorg nodig is zodat de zorgverleners bij een ontregeling direct op kunnen treden. De rechtbank neemt daarbij ook in aanmerking dat betrokkene en haar advocaat de noodzaak van verplichte zorg (ten tijde van een ontregeling) inzien.
5.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen
– hieronder dient te worden verstaan dat betrokkene periodiek contact heeft met haar ambulant behandelteam en zij de door hen gegeven aanwijzingen opvolgt;
- opnemen in een accommodatie.
5.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
5.9.
De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst, zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
5.10.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van twaalf maanden. De rechtbank begrijpt dat een langdurige zorgmachtiging minder belastend voelt voor betrokkene. Desondanks is de rechtbank van oordeel dat de duur van twaalf maanden passend en geboden is. Allereerst is de duur van twaalf maanden in lijn met wat in artikel 6:5 van Pro de Wvggz is bepaald. Daarnaast acht de rechtbank het in het belang van betrokkene dat er na één jaar opnieuw een wegingsmoment plaatsvindt.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1963 in [geboorteplaats] ), wat inhoudt dat de volgende maatregelen kunnen worden toegepast:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 2 oktober 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2025 door mr. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. Van der Linde, griffier en op schrift gesteld op 10 oktober 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.