De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West Zeeland tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige, die sinds oktober 2023 onder toezicht staat vanwege ernstige bedreiging van zijn ontwikkeling.
De kinderrechter constateert dat de ouders, die het gezamenlijk gezag hebben, positieve stappen hebben gezet in het OSB-traject en de oudercommunicatie, maar dat deze ontwikkelingen nog pril zijn. De minderjarige heeft recent een verhuizing en schoolwisselingen doorgemaakt en woont momenteel bij de stabiele moeder. De vader is betrokken en het contact verloopt goed, maar er blijft een risico op terugval in oud gedrag bij stress.
Gezien de ernst van de ontwikkelingsbedreiging en de noodzaak om de positieve lijn voort te zetten, wordt de ondertoezichtstelling verlengd voor negen maanden, van 12 oktober 2025 tot 12 juli 2026. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard om directe uitvoering te waarborgen.