De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank om een minderjarige onder toezicht te stellen wegens ernstige bedreiging van diens ontwikkeling. De minderjarige woont bij de moeder, die het ouderlijk gezag heeft, terwijl de vader erkend is maar sinds juni 2024 nauwelijks contact heeft met het kind. De ouders communiceren niet met elkaar, wat leidt tot een onrustige opvoedomgeving en loyaliteitsproblemen voor de minderjarige.
Tijdens de zitting was de moeder aanwezig met haar advocaat, terwijl de vader afwezig was maar vertegenwoordigd door zijn advocaat. De moeder stemde in met het verzoek en benadrukte het belang van contact tussen de vader en de minderjarige. De vader erkende de noodzaak van ondertoezichtstelling, maar betwistte het rapport van de Raad en wilde dat het contact met de minderjarige los van de moeder zou plaatsvinden.
De kinderrechter stelde vast dat de minderjarige ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd door de gespannen situatie en het gebrek aan contact met de vader. Beide ouders zijn deels bereid hulpverlening te accepteren, maar kunnen de bedreiging niet zelfstandig wegnemen. Daarom werd besloten de minderjarige voor de duur van een jaar onder toezicht te stellen van de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, met als doel stabiliteit, veiligheid en herstel van het contact tussen vader en kind.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard vanwege de urgentie voor de ontwikkeling van de minderjarige. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak door belanghebbenden.