ECLI:NL:RBZWB:2025:7121

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
24 oktober 2025
Publicatiedatum
22 oktober 2025
Zaaknummer
24/8513
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:1 AwbArt. 1:3 AwbArt. 1.4 Wet Basisregistratie PersonenArt. 2.5 Procesreglement bestuursrecht rechtbanken 2025
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd in beroep tegen vermeende uitschrijving uit de BRP

Eiser betwistte zijn vermeende uitschrijving uit de Basisregistratie Personen (BRP) door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terneuzen. Na een adresonderzoek door het college, waarbij geen besluit tot uitschrijving werd genomen, stelde eiser beroep in tegen de brieven van het college.

De rechtbank oordeelde dat de brieven en het adresonderzoek geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht vormen waartegen bezwaar en beroep mogelijk is. Hierdoor is de rechtbank onbevoegd om het beroep te behandelen.

Daarnaast wees de rechtbank erop dat klachten over het verstrekken van onjuiste informatie aan derden en de weigering tot inschrijving in de BRP in België niet bij de bestuursrechter kunnen worden aangebracht, maar bij de Belgische rechter of de civiele rechter.

Het betaalde griffierecht wordt terugbetaald en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter R.P. Broeders op 24 oktober 2025.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd omdat geen besluit tot uitschrijving uit de BRP is genomen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/8513 BRP

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 oktober 2025 in de zaak tussen

[eiser], uit [plaats 1], eiser

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terneuzen.

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen de door hem veronderstelde uitschrijving uit de Basisregistratie Personen (BRP) van de gemeente Terneuzen. Eiser is het niet eens met de uitschrijving en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat zij niet bevoegd is, omdat geen sprake is van een besluit waartegen eiser bezwaar en beroep kan instellen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Feiten en omstandigheden

2. Eiser is woonachtig op het [adres] te [plaats 1], gemeente Terneuzen, en staat ook ingeschreven in de BRP op dit adres.
2.1.
Naar aanleiding van verkregen informatie dat eiser niet meer op het voornoemde adres woont, heeft het college een adresonderzoek gestart. Bij brief van 18 oktober 2024 heeft het college eiser verzocht om inlichtingen te verstrekken over zijn woonadres. Eiser heeft op 30 oktober 2024 gereageerd op deze brief.
2.2.
Bij brief van 13 december 2024 heeft het college aan eiser medegedeeld voornemens te zijn eiser op te nemen in de Registratie Niet-Ingezetenen (RNI).
2.3.
Eiser heeft naar aanleiding daarvan bij brief van 19 december 2024 beroep ingesteld.
2.4.
Het college heeft bij brief van 21 juli 2025 op het beroep gereageerd.
2.5.
De rechtbank heeft het beroep op 1 augustus 2025 op een zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en [naam 1] en [naam 2] namens het college. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.
2.6.
De rechtbank heeft de uitspraaktermijn verlengd.

Beoordeling

Vooraf
3. Eiser heeft op 1 augustus 2025 om 20:58 uur digitaal nadere stukken ingediend. De rechtbank heeft in deze stukken geen aanleiding gezien tot heropening van het onderzoek. Dit betekent dat het onderzoek niet wordt heropend en de nadere stukken buiten beschouwing blijven.
Inhoudelijk
4. Een belanghebbende kan tegen een besluit beroep instellen bij de rechtbank. Dit staat in artikel 8:1 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
In artikel 1:3, eerste lid, van de Awb staat uitgelegd wat onder een besluit wordt verstaan. Een besluit is een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.
5. Eiser heeft in zijn beroepschrift geschreven dat hij het niet eens is met de brieven van het college van 14 oktober 2024 en 13 december 2024 en de uitschrijving uit de BRP.
6. Het college heeft bij brief van 21 juli 2025 gereageerd op het beroepschrift en ter zitting een toelichting gegeven. Volgens het college woonde eiser op het woonadres in [plaats 1] samen met zijn ouders en (enkele van) hun kinderen. Uit informatie van de woningstichting die de woning verhuurt, zou blijken dat eiser niet meer woonachtig is op het adres. Daarop heeft het college een adresonderzoek gestart naar de feitelijke verblijfplaats van eiser. Na het onderzoek heeft het college echter niet aannemelijk kunnen maken dat eiser niet op het adres woont. Dit betekent dat eiser nog altijd ingeschreven staat op het woonadres.
7. De rechtbank stelt vast dat het college een onderzoek heeft verricht naar het feitelijk woonadres van eiser. De brieven van 14 oktober 2024 en 13 december 2024 zien op dit onderzoek. Het college is daartoe gerechtigd, omdat het college verantwoordelijk is voor het bijhouden van persoonsgegevens in de BRP. [1] Na het onderzoek is echter geen besluit genomen tot uitschrijving van eiser uit de BRP. Bij gebreke van een besluit in de zin van de Awb staat geen beroep bij de bestuursrechter open. Daaruit volgt dat de rechtbank onbevoegd is om kennis te nemen van het beroep.
8. Nu de rechtbank onbevoegd is kennis te nemen van het beroep, kan zij ook niet toekomen aan beoordeling van het verzoek van eiser tot het treffen van een voorlopige voorziening.
9. Daarnaast heeft eiser gesteld dat het college fouten heeft gemaakt door zonder zijn instemming onjuiste informatie te verstrekken aan derden. Hierdoor kan hij zich niet laten inschrijven in de BRP op het adres van zijn vriendin en hun kinderen in [plaats 2] (België), waardoor hij schade heeft geleden. Ook ten aanzien van dit onderwerp is de bestuursrechter onbevoegd. Indien eiser een zaak wil aanspannen, dan dient hij zich over de weigering tot inschrijving in de BRP van [plaats 2] te wenden tot de Belgische rechter of over zijn verzoek om schadevergoeding tot de civiele rechter.

Conclusie en gevolgen

8. De rechtbank is niet bevoegd om kennis te nemen van het beroep. Het door eiser betaalde bedrag aan griffierecht van € 187,- zal worden teruggestort. [2] Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van M.H.A. de Graaf, griffier, op 24 oktober 2025 en openbaargemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Voetnoten

1.Zie artikel 1.4 van de Wet Basisregistratie Personen.
2.Artikel 2.5, vijfde lid, van het Procesreglement bestuursrecht rechtbanken 2025.