Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van een WIA-uitkering door het UWV, maar het UWV heeft niet tijdig op haar bezwaar beslist. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat het UWV de beslistermijn heeft overschreden zonder toestemming voor verlenging.
De rechtbank stelt vast dat het UWV uiterlijk op 3 juni 2025 had moeten beslissen, maar dit niet heeft gedaan. Na ingebrekestelling op 18 juni 2025 zijn twee weken verstreken zonder besluit. Het UWV heeft een termijn van vier maanden gevraagd vanwege beperkte capaciteit verzekeringsartsen.
De rechtbank acht deze termijn redelijk gezien het belang van een zorgvuldige heroverweging, maar legt tevens een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor verdere overschrijding. Omdat het UWV al een dwangsombeslissing heeft genomen, stelt de rechtbank de dwangsom niet zelf vast.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank het UWV tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 28 oktober 2025.