Eiseres heeft op 16 februari 2023 een aanvraag ingediend bij het UWV voor herbeoordeling van een WIA-uitkering. Het UWV ontving deze aanvraag op 17 februari 2023 en had uiterlijk op 14 april 2023 moeten beslissen. Na het uitblijven van een besluit stelde eiseres het UWV op 18 april 2023 in gebreke. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat het UWV niet binnen de wettelijke beslistermijn heeft gehandeld.
Het UWV gaf aan dat door beperkte capaciteit en een hoge voorraad aan aanvragen nog geen beslissing kon worden genomen en verzocht om een termijn van vier maanden. De rechtbank acht deze termijn redelijk gelet op het belang van een zorgvuldige heroverweging, maar legt wel een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor het geval het UWV ook na deze termijn niet beslist.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank het UWV tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 27 oktober 2025. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.