ECLI:NL:RBZWB:2025:7037

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
16 oktober 2025
Publicatiedatum
20 oktober 2025
Zaaknummer
C/02/439559 / JE RK 25-1627
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Van Beelen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:260 BWArt. 1:247 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarigen wegens bedreigde ontwikkeling en verstoorde ouderrelatie

De kinderrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 16 oktober 2025 besloten tot verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarigen, geboren in 2016 en 2018, met ingang van 31 oktober 2025 tot 30 april 2026. De verlenging is aangevraagd door de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Brabant, die stelt dat de doelen van de ondertoezichtstelling nog niet volledig zijn bereikt.

De ouders oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag uit, maar de relatie tussen hen is verstoord en belastend voor de minderjarigen. De kinderen verblijven sinds maart 2025 volledig bij de vader, met een zorgregeling waarbij zij één weekend per twee weken bij de moeder zijn. De moeder toont volgens de GI onvoldoende sensitiviteit en responsiviteit, en de communicatie tussen ouders blijft problematisch, wat de emotionele ontwikkeling van de kinderen bedreigt.

De kinderrechter oordeelt dat de ontwikkeling van de minderjarigen ernstig wordt bedreigd en dat verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk is om rust en continuïteit te waarborgen. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep. De zaak over het hoofdverblijf en de zorgregeling wordt in een aparte procedure behandeld.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarigen wordt met zes maanden verlengd en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/439559 / JE RK 25-1627
Datum uitspraak: 16 oktober 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
locatie Etten-Leur,
hierna te noemen de gecertificeerde instelling (GI),
over
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedag 1] 2016 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2],
geboren op [geboortedag 2] 2018 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.J.E.M. Edelmann uit Breda,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C.A.E.C.J.M. Hooft uit Gilze,
tijdens de zitting waargenomen door haar kantoorgenoot mr. R.G.J. van Kerkhof.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt het volgende stuk mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 5 september 2025.
1.2.
Gelet op de nauwe samenhang van het verzoek van de GI en de door de vader ingediende verzoeken in de zaak met kenmerk C/02/433776 / FA RK 25-1700, zijn deze verzoeken gelijktijdig tijdens de zitting van 2 oktober 2025 met gesloten deuren behandeld. In voormelde zaak zal bij separate beschikking worden beslist. Tijdens de zitting waren aanwezig:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader, bijgestaan door mr. Van Kerkhof;
- een vertegenwoordigster van de GI.
Tevens was, als toehoorder, aanwezig een vertegenwoordigster van de Raad.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] naar zijn mening gevraagd over het verzoek van de GI tot verlenging van de ondertoezichtstelling. [minderjarige 1] heeft hierover geen mening gegeven.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
2.2.
De ouders hebben langere tijd uitvoering gegeven aan een co-ouderschapsregeling, waarbij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] afwisselend één week bij de vader en één week bij de moeder verbleven. Sinds medio maart 2025 verblijven [minderjarige 1] en [minderjarige 2] volledig bij hun vader. Zij hebben een zorgregeling met de moeder en verblijven daar één weekend per twee weken. De vader wenst deze (gewijzigde) zorgregeling in een beschikking neer te leggen met vaststelling van het hoofdverblijf van [minderjarige 1] bij hem. [minderjarige 2] heeft al zijn hoofdverblijf bij hem. In dat kader is de vader een verzoekschriftprocedure gestart bekend onder zaaknummer C/02/433776 / FA RK 25-1700. De moeder voert in die procedure verweer tegen de verzoeken van de vader.
2.3.
Bij beschikking van 16 oktober 2024 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd met ingang van 31 oktober 2024 tot 31 oktober 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De vertegenwoordigster van de GI heeft, onder verwijzing naar het verzoekschrift met bijlagen, ter zitting aangevoerd dat binnen de ondertoezichtstelling is gewerkt aan de volgende doelen:
- De ouders dragen er zorg voor dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] loyaal kunnen zijn naar beide ouders toe en zich hierover kunnen en mogen uitspreken. De minderjarigen hebben hierdoor een onbelast contact met beide ouders.
- De ouders dragen er zorg voor dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] passende hulp, begeleiding en aanpak ontvangen, die voor hen nodig wordt geacht. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ervaren continuïteit, stabiliteit en veiligheid in beide opvoedsituaties.
- De ouders dragen zorg voor een constructieve communicatie en afstemming over belangrijke zaken. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] worden niet belast met volwassenzaken.
De doelen zijn nog niet allemaal behaald. De moeder toont nog altijd onvoldoende sensitiviteit en responsiviteit naar [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Zij kan onvoorspelbaar zijn in wat ze zegt en doet. Daarnaast is het lastig voor de moeder om aan te sluiten bij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en regels en grenzen te stellen. Het NIKA-traject, dat is ingezet om meer zicht te krijgen op wat de moeder doet in de interacties en hoe ze hierin veranderingen kan aanbrengen, heeft gelopen van juli 2024 tot en met mei 2025. Samen met [hulpverlening] heeft de moeder gewerkt aan de adviezen van het NIKA-traject. Gebleken is dat de moeder de handvatten alleen volgt zolang de hulpverlening actief is. Zodra die stopt, vervalt de moeder snel in oude patronen. De moeder blijft keuzes maken die telkens aanpassing vereisen in de begeleiding en hulpverlening, terwijl [minderjarige 1] en [minderjarige 2] juist behoefte hebben aan rust en continuïteit. Verder zijn er nog steeds zorgen over de oudercommunicatie. De ouders hebben sturing van de jeugdzorgwerker nodig om zich aan de gemaakte afspraken te houden. Zij hebben nog steeds een gevoel van wantrouwen naar elkaar en hebben nog niet volledig het vertrouwen in de opvoedsituatie bij de ander. Dit maakt de situatie kwetsbaar. Na drie jaar intensieve hulpverlening is het van belang dat de strijd tussen de ouders wordt beëindigd. Er zijn zorgen over de emotionele ontwikkeling van de minderjarigen, voortvloeiend vanuit de onduidelijkheid die zij ervaren over hun woonplek, het contact met de ouders en de beperkte samenwerking tussen de ouders. De minderjarigen worden op dit moment nog steeds belast met volwassenproblematiek, terwijl de focus op hun welzijn zou moeten liggen. Gelet op het vorenstaande worden de minderjarigen nog steeds ernstig in hun ontwikkeling bedreigd. Tussen de ouders moeten afspraken worden gemaakt over de opvoeding en communicatie. Het is noodzakelijk om de ondertoezichtstelling met zes maanden te verlengen, zodat na de beslissing van de rechtbank over het hoofdverblijf en de zorgregeling, rust kan worden gecreëerd. De ouders hebben sturing vanuit het gedwongen kader nodig om borgingsafspraken te maken. Alleen wanneer er rust komt in de juridische procedures, kan naar een vrijwillig kader worden afgeschaald.
4.2.
Door en namens de moeder is ter zitting aangevoerd dat de moeder kan instemmen met het verzoek van de GI. Wel ligt volgens de moeder de werkelijkheid genuanceerder dan beschreven in het verzoekschrift door de GI. In het verzoekschrift worden veel feiten genoemd, die niet zijn onderbouwd. De relatie tussen de moeder en de jeugdzorgwerker is niet heel goed. De jeugdzorgwerker is over de vader heel positief en spreekt zich bij voortduring negatief uit over de moeder. Hierdoor voelt de moeder zich onderdrukt, terwijl zij enorm haar best doet.
4.3.
Door en namens de vader is ter zitting naar voren gebracht dat de vader achter het verzoek van de GI staat. Door de GI is correct en volledig onderbouwd waarom een verlenging van de ondertoezichtstelling nodig is.

5.De beoordeling

5.1.
Op grond van artikel 1:260 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255, eerste lid, van het BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.
5.2.
Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255, eerste lid, BW kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:
a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;
b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247, tweede lid, BW, in staat zijn te dragen.
5.3.
De kinderrechter is op basis van de overgelegde stukken en datgene dat tijdens de zitting naar voren is gebracht van oordeel dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] nog steeds ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. De doelen die in het kader van de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn gesteld, zijn nog niet (volledig) behaald. Er zijn nog altijd zorgen over de opvoedsituatie van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij met name de moeder alsook de onderlinge communicatie en samenwerking tussen de ouders. De strijd die de ouders nog altijd met elkaar voeren, belast [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en is schadelijk voor hun ontwikkeling. Het is daarom noodzakelijk dat hulp en regie in een gedwongen kader wordt voortgezet. Hierbij is van essentieel belang dat de ouders de strijd met elkaar gaan staken, en zich conformeren aan de beslissing van de rechtbank over het hoofdverblijf en de zorgregeling. Voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is het belangrijk dat er rust gaat komen, zodat zij weten waar zij aan toe zijn en wat zij van beide ouders kunnen verwachten. Gezien de verstoorde relatie tussen de ouders, is de komende periode nog hulp nodig bij het maken van nadere afspraken tussen de ouders over de opvoeding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en de onderlinge communicatie tussen de ouders. Het is aan beide ouders om zich hierbij meewerkend op te stellen, zodat de zaak over zes maanden hopelijk overgedragen kan worden naar het vrijwillig kader.
5.4.
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Een ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is nog steeds nodig. De kinderrechter zal aldus het verzoek van de GI toewijzen en beslissen dat de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt verlengd voor de duur van zes maanden met ingang van 31 oktober 2025 tot 30 april 2026.
5.5.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met ingang van
31 oktober 2025 tot 30 april 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van Beelen, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2025, in aanwezigheid van mr. Snatersen als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.