ECLI:NL:RBZWB:2025:70
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning en aanslag OZB gemeente Tholen
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op €438.000 per 1 januari 2022, en tegen de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) van de gemeente Tholen. Hij stelde dat de waarde maximaal €350.000 zou moeten zijn en voerde onder meer aan dat bepaalde gegevens niet waren verstrekt en dat een deel van het perceel agrarisch zou moeten worden vrijgesteld.
De rechtbank oordeelde dat het verweerschrift tijdig was ingediend en dat er geen proceskostenvergoeding toegekend wordt. Ten aanzien van de informatieverstrekking oordeelde de rechtbank dat eventuele tekortkomingen niet tot benadeling van belanghebbende hebben geleid, mede omdat het taxatierapport in de beroepsfase werd overgelegd.
De waarde is vastgesteld met de vergelijkingsmethode aan de hand van referentiewoningen. Twee van de drie referentiewoningen werden als voldoende vergelijkbaar beoordeeld. De cultuurgrondvrijstelling werd afgewezen omdat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het perceel bedrijfsmatig voor landbouw werd geëxploiteerd.
De rechtbank concludeerde dat de WOZ-waarde en de aanslag OZB terecht zijn vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard.