ECLI:NL:RBZWB:2025:6936
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting en de daarbij opgelegde boete. De rechtbank beoordeelt dit beroep zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.
De beroepschrifttermijn van zes weken begon te lopen op 7 december 2024, de dag na de dagtekening van de uitspraak op bezwaar van 6 december 2024. De termijn eindigde op 17 januari 2025. Het beroepschrift werd echter pas op 22 januari 2025 ontvangen en de poststempel op de enveloppe dateert van 21 januari 2025, wat betekent dat het beroepschrift niet binnen de termijn is verzonden.
Belanghebbende heeft gesteld dat het beroepschrift op 15 januari 2025 is gepost, maar heeft dit niet aannemelijk kunnen maken. De rechtbank oordeelt dat het te laat indienen niet verontschuldigbaar is omdat geen redenen zijn gegeven en er geen geringe verwijtbaarheid is. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en blijft het bestreden besluit in stand.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Partijen worden gewezen op de mogelijkheid van verzet binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verontschuldigbare redenen.