ECLI:NL:RBZWB:2025:6935
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens termijnoverschrijding bij inkomstenbelasting 2016
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de beschikking inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2016. De rechtbank beoordeelt dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend, aangezien de termijn van zes weken na de uitspraak op bezwaar van 17 mei 2023 is verstreken. Het beroepschrift werd pas op 13 december 2024 gepost, ruim na het verstrijken van de termijn op 28 juni 2023.
Belanghebbende voerde aan dat privéomstandigheden, waaronder de intensieve verzorging van zijn echtgenote en een doorgemaakte TIA in oktober 2023, hem verhinderden tijdig te reageren. De rechtbank erkent de moeilijke omstandigheden, maar oordeelt dat een termijnoverschrijding van bijna anderhalf jaar niet verschoonbaar is. Het was aan belanghebbende om tijdig, eventueel met hulp, het beroep kenbaar te maken.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en blijft het bestreden besluit ongewijzigd. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 15 oktober 2025 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.