Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van betrokkene, geboren in 1942, wegens gevorderde dementie. De zitting vond plaats met gesloten deuren, waarbij betrokkene, zijn casemanager dementie en zijn zoon werden gehoord. Betrokkene verzet zich tegen opname en wil thuis blijven wonen.
De casemanager en zoon stelden dat betrokkene ernstig verwaarloosd wordt, meerdere malen gevallen is en niet meer zelfstandig kan functioneren. Betrokkene weigert thuiszorg en vertoont ernstig nadeel, zoals lichamelijk letsel, verwaarlozing en gevaar voor zichzelf en anderen.
De rechtbank oordeelt dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, waarschijnlijk Alzheimer, en niet meer zelfstandig kan functioneren. Gezien het ernstig nadeel en het ontbreken van minder ingrijpende alternatieven, verleent de rechtbank de machtiging voor zes maanden. De beschikking is op 19 september 2025 mondeling gegeven en op 30 september 2025 schriftelijk vastgesteld.