ECLI:NL:RBZWB:2025:6926

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
19 september 2025
Publicatiedatum
14 oktober 2025
Zaaknummer
C/02/439470 / FA RK 25-4528
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Willemsen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 WzdArt. 3 WzdArt. 4 Wzd
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wegens gevorderde dementie

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van betrokkene, geboren in 1932, voor de duur van zes maanden. Betrokkene lijdt aan een uitgebreide neurocognitieve stoornis passend bij gevorderde dementie, met ernstig nadeel als levensgevaar, lichamelijk letsel, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.

Tijdens de zitting met gesloten deuren op 19 september 2025 werden betrokkene, zijn advocaat, een arts, verpleegkundige en mantelzorger gehoord. De arts bevestigde de diagnose en benadrukte de noodzaak van 24-uurs zorg vanwege desoriëntatie, wantrouwen en geheugenstoornissen. Betrokkene verzet zich tegen opname, maar ontbreekt het aan ziekte-inzicht.

De rechtbank oordeelde dat opname noodzakelijk en geschikt is om ernstig nadeel te voorkomen, en dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn, mede omdat ambulante zorg is afgewezen door betrokkene. De machtiging wordt verleend tot en met 19 maart 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens gevorderde dementie en ernstig nadeel.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/439470 / FA RK 25-4528
Datum uitspraak: 19 september 2025
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1932 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1],
verblijvende te [accommodatie] te [plaats 2],
advocaat mr. G.J. Woodrow uit Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank Oost-Brabant, locatie ’s-Hertogenbosch op 1 september 2025;
  • de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant, locatie ’s-Hertogenbosch van 8 september 2025, waarbij de zaak is verwezen naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 19 september 2025. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door mr. G.J. Woodrow;
  • mevr. [naam 1], verpleegkundige;
  • mevr. [naam 2], arts;
  • mevr. [naam 3], waarnemende mantelzorger.

2.Het verzoek

2.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.De standpunten

3.1.
Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat hij niet opgenomen wil blijven. Volgens betrokkene gaat het soms goed en soms minder goed met hem.
3.2.
De arts verklaart, samengevat, als volgt. Bij betrokkene is er sprake van een uitgebreide neurocognitieve stoornis passend bij een gevorderde dementie. Betrokkene is opgenomen met een urineweginfectie, dit had als gevolg een delier. Op de afdeling dwaalt betrokkene veel, hij raakt de weg al kwijt van de woonkamer naar de slaapkamer. Laatst dacht betrokkene dat zijn moeder was vermoord. Hij was toen compleet in de war. De zorgen zien met name op de algemene dagelijkse levensverrichtingen. Voor betrokkene is het noodzakelijk dat er 24 uur per dag begeleiding aanwezig is om hem aan te sturen en in de gaten te houden. Gezien deze situatie zijn er geen andere opties dan een opname van betrokkene. De arts kan instemmen met een machtiging voor de duur van zes maanden.
3.3.
De mantelzorger van betrokkene sluit zich aan bij hetgeen door de arts naar voren is gebracht. Zij geeft aan dat het achteruit gaat met betrokkene en dat thuiszorg geen optie is.
3.4.
De verpleegkundige onderschrijft de visie en het standpunt van de arts.
3.5.
De advocaat begrijpt het verzoek en zegt dat aan alle wettelijke criteria is voldaan. Hij refereert zich aan het oordeel van de rechtbank wat betreft de beslissing op het verzoek.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
De rechtbank is van oordeel, gezien de overgelegde stukken en wat er tijdens de mondelinge behandeling is besproken, dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene is op 19 augustus 2025 gediagnostiseerd met een uitgebreide neurocognitieve stoornis passend bij een dementie. De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de in de medische verklaring gestelde diagnose. Dit is door en namens betrokkene ook niet betwist.
4.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
4.4.
De rechtbank neemt daarbij het volgende in aanmerking. Onder invloed van voormelde stoornis, kampt betrokkene met geheugenstoornissen, is hij wantrouwend naar zijn omgeving en is hij gedesoriënteerd in tijd, plaats en persoon. Betrokkene is hierdoor niet meer in staat om zelfstandig te functioneren en voor zichzelf te zorgen. Zo beschikt betrokkene niet meer over de cognitieve vermogens om structuur aan te brengen in de dag. Zonder adequate zorg en begeleiding zoals deze thans in de accommodatie aan betrokkene wordt geboden, bestaat er bovendien een aanzienlijk risico op brand- en valgevaar alsmede een tekort aan voeding en vocht, met alle gezondheidsrisico’s van dien.
4.5.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Hij vertoont met regelmaat fysieke en verbale uitingen van verzet tegen zijn opname en verblijf in de accommodatie. Het ontbreekt betrokkene aan ziekte-inzicht.
4.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Naar het oordeel van de rechtbank is een opname noodzakelijk. In de accommodatie wordt er aan betrokkene de nodige 24-uurs zorg, sturing en toezicht geboden. Daarbij kan voorkomen worden dat betrokkene valt en ernstig letsel oploopt. Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel af te wenden, omdat enerzijds de grenzen van de mogelijkheden van het inzetten van ambulante zorg zijn bereikt. Anderzijds weigert betrokkene de noodzakelijk geachte (ambulante) thuiszorg en maatschappelijk werk.
4.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. Zoals verzocht, zal de machtiging worden verleend voor de duur van zes maanden.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1932 in [plaats 1];
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 19 maart 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 september 2025 door mr. Willemsen, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier en op schrift gesteld op 30 september 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.