De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 19 september 2025 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor betrokkene, geboren in 1949, die lijdt aan een neurocognitieve stoornis passend bij dementie. Betrokkene verblijft momenteel in een zorgaccommodatie en verzet zich tegen verdere opname.
Tijdens de zitting werden betrokkene, zijn mentor, een specialist ouderengeneeskunde en een verpleegkundig regisseur gehoord. Uit medische verklaringen blijkt dat betrokkene ernstige geheugen- en oriëntatieproblemen heeft, stemmingsproblemen en emotionele instabiliteit, waardoor hij niet zelfstandig kan functioneren. Zonder opname bestaat er een aanzienlijk risico op ernstig nadeel, zoals lichamelijk letsel, financiële schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.
De rechtbank concludeerde dat opname en verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om dit ernstig nadeel te voorkomen, en dat er geen minder ingrijpende alternatieven zijn. Ondanks het verbale verzet van betrokkene, is de machtiging verleend voor de duur van twaalf maanden, tot en met 19 september 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.