ECLI:NL:RBZWB:2025:6916
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag individuele inkomenstoeslag wegens overschrijding inkomensnorm
Eiseres diende op 19 juli 2024 een aanvraag in voor een individuele inkomenstoeslag op grond van de Participatiewet, welke door het dagelijks bestuur van de Bevelanden op 13 augustus 2024 werd afgewezen. Het bezwaar van eiseres werd bij besluit van 11 december 2024 eveneens ongegrond verklaard. De kern van het geschil betreft de vraag of de stortingen van haar zoon als inkomen moeten worden aangemerkt.
De rechtbank overweegt dat stortingen van derden op de bankrekening van een bijstandsontvanger in principe als inkomen worden beschouwd wanneer deze een terugkerend karakter hebben en kunnen worden aangewend voor noodzakelijke kosten. Eiseres stelde dat de betalingen leningen en kostgeld betroffen, maar heeft dit onvoldoende aannemelijk gemaakt. Bankafschriften tonen onregelmatige stortingen en onvoldoende bewijs van terugbetaling van leningen.
Verder is het beroep op artikel 8 EVRM Pro, dat bescherming biedt aan het privéleven, afgewezen omdat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij door het besluit onder het bestaansminimum komt. De rechtbank concludeert dat de Bevelanden terecht de aanvraag heeft afgewezen en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de individuele inkomenstoeslag wegens overschrijding van de inkomensnorm.