Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 oktober 2025 in de zaken tussen
[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep dat ziet op het niet tijdig beslissen op het verzoek om teruggaaf Bpm ten aanzien van auto 1 niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep tegen de beslissing van 28 februari 2019, voor zover het daartegen is gericht, niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep dat ziet op het niet tijdig beslissen op het verzoek om teruggaaf Bpm ten aanzien van auto 2 niet-ontvankelijk;
- draagt de inspecteur op het beroepschrift in behandeling te nemen als bezwaarschrift tegen de beslissing van 13 mei 2025 op het verzoek om teruggaaf Bpm voor auto 2 en de dwangsombeschikking van 4 oktober 2024;
- bepaalt dat de inspecteur het griffierecht van € 187 aan belanghebbende moet vergoeden;