De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor het wederrechtelijk dwingen van aangeefster door haar in Syrië achter te laten en haar paspoort, telefoon, bankpas en sieraden af te pakken. Hierdoor kon zij niet vrij reizen naar Turkije of Nederland en moest zij gedwongen in Syrië verblijven.
Aangeefster verklaarde dat zij met verdachte en hun kinderen op vakantie was in Turkije en daarna zonder kinderen naar Syrië ging. Verdachte nam haar reisdocumenten af en reisde zonder haar terug naar Nederland. Aangeefster keerde na een risicovolle smokkelroute via Turkije terug naar Nederland, waar zij ontdekte dat verdachte haar had uitgeschreven uit hun woning.
De rechtbank achtte de verklaring van aangeefster betrouwbaar, ondersteund door getuigenverklaringen en correspondentie van hulpinstanties. Verdachte werd vrijgesproken van wat meer of anders was ten laste gelegd. De rechtbank legde een gevangenisstraf van twaalf maanden op, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, mede vanwege de ernst van het feit en de verstrekkende gevolgen voor aangeefster en haar kinderen.
De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding wegens onvoldoende onderbouwing. De rechtbank wees op de mogelijkheid de vordering bij de burgerlijke rechter aan te brengen.