Uitspraak
1.De procedure
- het tussenvonnis van 23 april 2025 met de daarin genoemde stukken,
- de mondelinge behandeling van 9 september 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Gedaagde kocht een op maat gemaakt paardenzadel van verkoper en betaalde een aanbetaling, maar schortte verdere betalingen op vanwege een vermeende slechte pasvorm van het zadel. Verkoper liet het zadel herstellen in de fabriek, waarna geen klachten meer zijn gebleken.
De vordering tot betaling van het openstaande bedrag is aan eiser, SAR, overgedragen. Gedaagde verscheen niet op de zitting en heeft haar stellingen niet onderbouwd. De kantonrechter oordeelt dat gedaagde haar betalingsverplichting niet mocht opschorten omdat geen tekortkoming van verkoper is vastgesteld.
De rechtbank veroordeelt gedaagde tot betaling van het openstaande bedrag, wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het openstaande bedrag, rente, incassokosten en proceskosten.