ECLI:NL:RBZWB:2025:683

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
4 februari 2025
Publicatiedatum
10 februari 2025
Zaaknummer
C/02/428330 FA RK 24-5131
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • mr. Voorn
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 810 RvArt. 824 lid 1 Rv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing voorlopige zorgregeling met overeenstemming tussen ouders

Partijen zijn gehuwd sinds 2016 en hebben een minderjarig kind dat bij de moeder verblijft. De vader verzoekt een voorlopige zorgregeling waarbij het kind om de week en tijdens de helft van de vakanties bij hem verblijft. De moeder stemt hiermee in, waardoor de mondelinge behandeling op verzoek van partijen komt te vervallen.

De rechtbank beoordeelt het verzoek en constateert dat er geen bezwaar is vanuit het belang van het kind tegen de voorgestelde regeling. De rechtbank wijst het verzoek toe en neemt de zorgregeling op in een beschikking. Het verzoek van de vader omtrent de kerstvakantie wordt ingetrokken en daarom afgewezen.

De beschikking bepaalt de zorgverdeling: het kind verblijft om de week van vrijdagmiddag tot woensdagochtend bij de vader, en de helft van de vakanties en feestdagen, met nadere afspraken in onderling overleg. Tegen deze beslissing is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk, alleen cassatie in het belang der wet.

Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige zorgregeling toe waarbij het kind om de week en tijdens de helft van de vakanties bij de vader verblijft.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Middelburg
Zaaknummer: C/02/428330 FA RK 24-5131
Datum uitspraak: 4 februari 2025
beschikking betreffende voorlopige voorzieningen
in de zaak van
[de man],
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de man,
advocaat mr. A.A.T. van Ginderen te Etten-Leur,
en
[de vrouw],
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. C.G.M. Baas te Bergen op Zoom.
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
- De Raad voor de kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Middelburg, hierna te noemen: de Raad.
1. Het procesverloop
1.1. Dit blijkt uit de volgende stukken:
- het op 4 november 2024 ontvangen verzoekschrift met bijlagen;
- het F9-formulier van mr. Van Ginderen van 9 januari 2025, met bijgevoegd
e-mailbericht van 9 januari 2025;
- het F9-formulier van mr. Baas van 9 januari 2025.
1.2. De op 14 januari 2025 bepaalde mondelinge behandeling heeft op verzoek van partijen – om reden dat partijen een overeenstemming hadden bereikt – geen doorgang gevonden.

2.De feiten

2.1.
Partijen zijn op [datum] 2016 te [woonplaats] met elkaar gehuwd.
2.2.
Partijen hebben het navolgend thans nog minderjarige kind:
- [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2016.
2.3.
[minderjarige] verblijft bij de vrouw.

3.Het verzoek en de beoordeling daarvan

3.1.
Mr. Van Ginderen heeft bij voornoemd e-mailbericht van 9 januari 2025 kenbaar gemaakt dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de zorgregeling. Zij zijn overeengekomen dat de man en [minderjarige] gerechtigd zijn tot contact met elkaar volgens de volgende regeling:
- [minderjarige] verblijft gedurende een weekend per twee weken van vrijdagmiddag uit school tot woensdagochtend aanvang school bij de man;
- [minderjarige] verblijft in de andere week van dinsdag uit school tot woensdagochtend aanvang school bij de man;
- [minderjarige] verblijft gedurende de helft van de vakanties en feestdagen bij de man, waarbij partijen in onderling overleg afspraken maken over de concrete verdeling.
De man verzoekt deze regeling op te nemen in een beschikking. Voorts wordt aangegeven dat de man zijn verzoek omtrent de kerstvakantie intrekt en dat de zitting geen doorgang hoeft te vinden.
3.2.
Mr. Baas heeft bij voornoemd F9-formulier van 9 januari 2025 namens de vrouw aangegeven dat de vrouw akkoord gaat met hetgeen door mr. Van Ginderen namens de man is gesteld in het F9-formulier van 9 januari 2025. Partijen hebben volledige overeenstemming bereikt en de zitting hoeft geen doorgang te vinden.
3.3.
De rechtbank zal het (gewijzigde) verzoek van de man met betrekking tot de voorlopige zorgregeling, gelet op de instemming van de vrouw en nu niet is gebleken dat het belang van [minderjarige] zich daartegen verzet, als niet weersproken toewijzen.
3.4.
Nu de man zijn verzoek omtrent de verdeling van de kerstvakantie heeft ingetrokken, behoeft het ingetrokken verzoek niet meer te worden beoordeeld en zal dit op onderstaande wijze worden afgewezen.
3.5.
Tegen deze beslissing staat geen gewoon rechtsmiddel open. Ingevolge artikel 824 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan alleen cassatie in het belang der wet worden ingesteld. Hoger beroep is dus niet mogelijk. Dit betekent dat deze beslissing directe werking heeft.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
bepaalt dat de navolgende verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen partijen heeft te gelden:
- [minderjarige] verblijft gedurende één weekend per twee weken van vrijdagmiddag uit school tot woensdagochtend aanvang school bij de man;
- [minderjarige] verblijft in de andere week van dinsdag uit school tot woensdagochtend aanvang school bij de man;
- [minderjarige] verblijft gedurende de helft van de vakanties en feestdagen bij de man, waarbij partijen in onderling overleg afspraken maken over de concrete verdeling.
4.2.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. Voorn, rechter, tevens kinderrechter, en, in tegenwoordigheid van mr. Brok, griffier, in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2025.