Uitspraak
RECHTBANK
1.De procedure
- het bericht van 29 november 2024 met productie 39 van Soliton ;
- de mondelinge behandeling van 10 december 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en waaraan de spreekaantekeningen van Soliton zijn gehecht.
2.De feiten
Uit te voeren werkzaamheden
1.Fitter / las / schuurwerkzaamheden
2.Projectbegeleiding
Casco gereed, bouwvak vakantie Zuid Nederland; 8 augustus 2022.
(…)
In hoofdzaak zijn waargenomen:
Bevindingen
3.Het geschil
- de bescheiden waaruit de kwalificaties van de lassers blijken die zijn ingeschakeld bij de bouw van het betreffende casco;
- de projectadministratie waaruit duidelijk blijkt welke lassers op welke onderdelen van het casco hebben gewerkt.
4.De beoordeling
Laden casco voor transport naar conserveerder”. Met het op transport stellen van het casco heeft Prior naar het oordeel van de rechtbank dan ook te kennen gegeven dat het werk wat haar betreft gereed is. Dit zou anders kunnen zijn als vast staat dat het casco bij het op transport stellen nog niet af was, zoals Soliton betoogt. Dat hiervan sprake is blijkt echter nergens uit. In welk opzicht het casco nog niet af was bij het transport naar Drimmelen heeft Soliton op geen enkele wijze concreet gemaakt. In haar e-mail van 19 november 2022 zoals overgelegd in productie 14 bij dagvaarding, waarin Soliton bezwaar maakt tegen de facturen van Prior schrijft zij zelf dat al het werk wat na vertrek uit Antwerpen, en dus in Drimmelen, is verricht, herstelwerk betreft zodat zij dit niet hoeft te betalen. Het op transport stellen van het casco door Prior moet dan ook worden beschouwd als een mededeling dat het werk gereed is voor oplevering.
In afwijking van het derde lid, is bij aanneming van bouwwerken de aannemer aansprakelijk voor gebreken die bij de oplevering van het werk niet zijn ontdekt, tenzij deze gebreken niet aan de aannemer zijn toe te rekenen.” Titel 7.12 BW bevat geen definitie van het begrip ‘bouwwerk’. Bij de parlementaire behandeling van de Wet Kwaliteitsborging Bouwen, waar deze bepaling onder valt, heeft de minister opgemerkt dat het begrip ‘bouwwerk’ dezelfde betekenis heeft als de betekenis die daaraan in (artikel 1 van Pro) de Woningwet wordt gegeven. [1] Artikel 1 van Pro de Woningwet bevat echter alleen een definitie van het begrip ‘gebouw’, maar niet van het begrip ‘bouwwerk’. Artikel 7aa van de Woningwet verwijst voor de definitie van ‘bouwwerk’ naar de Omgevingswet. De Omgevingswet bevat in de bijlage bij artikel 1.1 de volgende omschrijving van het begrip bouwwerk: “
constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren, met inbegrip van de daarvan deel uitmakende bouwwerkgebonden installaties anders dan een schip dat wordt gebruikt voor verblijf van personen en dat is bestemd en wordt gebruikt voor de vaart”. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat een schip niet onder het begrip ‘bouwwerk’ in de zin van 7:758 lid 4 BW valt. Het is dus wel relevant of er is opgeleverd en, zo ja, of de gebreken verborgen gebreken betreffen. Dat er is opgeleverd is hiervoor al vastgesteld.
5.De beslissing
woensdag 5 november 2025voor het nemen van een akte door Soliton over wat is vermeld onder 4.18 en 4.20,