Uitspraak
[bedrijf],
1.De procedure
2.De feiten
(…) De redenen voor dit ontslag op staande voet zijn als volgt:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Een medewerker werd op 25 maart 2025 geschorst en de volgende dag op staande voet ontslagen vanwege vermeende belemmering van het schorsingsonderzoek, het wissen van bedrijfsgegevens, schending van het geheimhoudingsbeding en een ernstige vertrouwensbreuk. De medewerker betwistte de beschuldigingen en berustte in het ontslag, waardoor een dringende reden ontbrak.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig was omdat de werkgever de dringende reden niet had bewezen. Zo was niet vastgesteld dat de medewerker bewust gegevens had verwijderd of dat zij het geheimhoudingsbeding had geschonden. Ook was de mededeling van de dringende reden niet onverwijld en concreet gedaan.
Als gevolg hiervan werd de werkgever veroordeeld tot betaling van een billijke vergoeding van €14.369,01, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van €5.428,30, een transitievergoeding van €646,00 en diverse achterstallige betalingen zoals salaris, overuren, vakantiegeld en reiskosten, allen vermeerderd met wettelijke rente en waar van toepassing wettelijke verhogingen.
De proceskosten werden eveneens aan de werkgever opgelegd wegens ernstig verwijtbaar handelen. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en uitgesproken op 8 oktober 2025 door rechter Van Dam.
Uitkomst: Ontslag op staande voet niet rechtsgeldig; werkgever veroordeeld tot betaling van billijke vergoeding en diverse achterstallige vergoedingen.