Uitspraak
- de akte overleggen producties van [gedaagde] .
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze zaak staat een executiegeschil centraal waarbij eiser verzocht om schorsing van de executie van een eerder vonnis. De kantonrechter stelt vast dat het uitgangspunt is dat een veroordeling uitvoerbaar is zonder zekerheidstelling, tenzij zwaarwegende belangen van de veroordeelde dit verhinderen. Het eerdere vonnis bevatte geen gemotiveerde beslissing over uitvoerbaarverklaring bij voorraad, en het was een verstekvonnis tegen eiser.
Eiser voerde aan dat de dagvaarding niet correct was betekend, maar dit werd verworpen omdat het adres volgens het handelsregister juist was en het risico van het aanhouden van een kantooradres voor rekening van eiser komt. Daarnaast betoogde eiser dat de schade op een derde partij (B.V.) verhaald kan worden en dat een exoneratiebeding haar zou vrijwaren van aansprakelijkheid. De kantonrechter oordeelde dat eiser als professionele opdrachtnemer tekort is geschoten en dat het exoneratiebeding mogelijk niet geldig is omdat het de kern van haar verplichtingen raakt en eiser een consument betreft.
De omvang van de schade en de toepassing van een nieuw-voor-oud correctie vereisen nadere bewijsvoering die in deze kortgedingprocedure niet mogelijk is. Het restitutierisico aan de zijde van gedaagde werd als onvoldoende aannemelijk beoordeeld vanwege de ruime overwaarde op diens woning. Ook het bezwaar tegen het beslag op de bankrekeningen van eiser werd verworpen omdat de beslagen vervallen zodra aan het vonnis is voldaan.
Uiteindelijk wees de kantonrechter de vorderingen van eiser af en veroordeelde haar tot betaling van de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vorderingen tot schorsing van de executie worden afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.