ECLI:NL:RBZWB:2025:6774

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
6 oktober 2025
Publicatiedatum
8 oktober 2025
Zaaknummer
11604059 \ AZ VERZ 25-18 (H)
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Ebben
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelbeschikking correctie data gesprek en ontslag op staande voet

In deze zaak heeft de gemachtigde van de werknemer verzocht om herstel van een eerder gewezen beschikking van 26 augustus 2025. De reden voor het verzoek was dat in de beschikking foutieve data waren vermeld bij de beschrijving van een gesprek en het ontslag op staande voet. De data waren abusievelijk vermeld als 6 januari 2024 en 21 januari 2024, terwijl de juiste data 6 januari 2025 en 21 januari 2025 moesten zijn.

De gemachtigde van de werkgever stemde in met het herstelverzoek. De kantonrechter oordeelde dat het hier ging om kennelijke fouten die eenvoudig konden worden hersteld op grond van artikel 31 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De inhoudelijke beslissing van de beschikking bleef ongewijzigd.

De kantonrechter bepaalde dat de verbeteringen op de datum van 6 oktober 2025 op de minuut van de beschikking van 26 augustus 2025 zouden worden vermeld. Tevens werd bepaald dat de griffier deze verbeterde beschikking aan de originele beschikking zou hechten en als één geheel een afschrift zou verstrekken. De beschikking werd in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2025.

Uitkomst: De kantonrechter herstelt de beschikking door correctie van foutieve data zonder inhoudelijke wijziging.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer / rekestnummer: 11604059 \ AZ VERZ 25-18
Beschikking van 6 oktober 2025
in de zaak van
[werknemer],
te [plaats 1] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [werknemer] ,
gemachtigde: mr. L.G.C.M. de Wit,
tegen
[werkgever],
te [plaats 2],
verwerende partij,
hierna te noemen: [werkgever],
gemachtigde: mr. S. Lammers.

1.Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit de volgende stukken:
a. de beschikking van de kantonrechter te Breda van 26 augustus 2025, met de daarin genoemde stukken;
b. het e-mailbericht van de gemachtigde van [werknemer] van 10 september 2025;
c. de brief van de griffier van 12 september 2025;
d. het e-mailbericht van de gemachtigde van [werkgever].

2.Het geschil en de beoordeling

2.1
De gemachtigde van [werknemer] heeft bij e-mailbericht van 10 september 2025 verzocht om herstel van voormelde beschikking. Hij heeft daartoe aangevoerd dat in de beschikking (onder 4.11 en 4.14) de data van een gesprek en het ontslag op staande voet verkeerd vermeld staan (respectievelijk 6 januari 2024 en 21 januari 2024 in plaats van 6 januari 2025 en 21 januari 2025).
2.2
De gemachtigde van [werkgever] is bij brief van de griffier in de gelegenheid gesteld zich over het verzoek uit te laten.
2.3
De gemachtigde van [werkgever] heeft verklaard dat zij kan instemmen met het herstelverzoek.
2.4
De kantonrechter is van oordeel dat er sprake is van kennelijke fouten, die zich lenen voor eenvoudig herstel zoals bedoeld in artikel 31 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
2.5
Beslist wordt als volgt.

3.De beslissing

De kantonrechter:
volhardt bij de inhoud van de tussen partijen op 26 augustus 2025 gewezen beschikking met bovenvermeld zaaknummer, met dien verstande dat:
in overweging 4.11. de tekst 6 januari 2024 als volgt dient te luiden: “6 januari 2025”;
in overweging 4.11. de tekst 21 januari 2024 als volgt dient te luiden: “21 januari 2025”;
in overweging 4.14. de tekst 21 januari 2024 als volgt dient te luiden: “21 januari 2025”;
bepaalt dat deze verbeteringen onder de vermelding van de datum 6 oktober 2025 wordt vermeld op de minuut van de beschikking van 26 augustus 2025;
bepaalt dat de griffier deze beschikking hecht aan de minuut van de beschikking van 26 augustus 2025 en van deze beschikkingen als één geheel afschrift respectievelijk grosse verstrekt.
Deze beschikking is gegeven door mr. Ebben en in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2025.