Uitspraak
1.DE VENNOOTSCHAP ONDER FIRMA [gedaagde 1],
DE HEER [gedaagde 2]
MEVROUW [gedaagde 3]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 17 september 2025 een herstelbeschikking gegeven in een eerder gedane beschikking van 9 juli 2025. De verzoeker, vertegenwoordigd door mr. F.H.J. Nooijen, heeft verzocht om herstel van de beschikking omdat er kennelijke fouten waren gemaakt in de datum van de mondelinge behandeling, een naam en de datum van opzegging van de arbeidsovereenkomst. De wederpartij, vertegenwoordigd door mr. W.A.A. van Kuijk, heeft geen bezwaar gemaakt tegen het herstelverzoek. De kantonrechter heeft vastgesteld dat er inderdaad sprake was van kennelijke fouten die eenvoudig te herstellen zijn volgens artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De kantonrechter heeft besloten dat de verbeteringen op de minuut van de eerdere beschikking van 9 juli 2025 moeten worden vermeld, en dat de griffier deze beschikking aan de minuut van de eerdere beschikking hecht. De verbeteringen betreffen onder andere de correctie van een datum en een naam in de overwegingen van de eerdere beschikking.