ECLI:NL:RBZWB:2025:6769

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
26 augustus 2025
Publicatiedatum
8 oktober 2025
Zaaknummer
11453166 \ AZ VERZ 24-95 (T)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • mr. Zander
  • mr. Ebben
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing over bewijslevering in arbeidszaak tussen verzoekster en verweerster

In deze zaak, behandeld door de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, heeft de kantonrechter op 26 augustus 2025 een beschikking gegeven in een arbeidsrechtelijke kwestie tussen [verzoekster] en [verweerster] BV. De procedure volgde op een eerdere tussenbeschikking van 10 april 2025, waarin de kantonrechter oordeelde dat de ondertekening van een schriftelijke arbeidsovereenkomst door [verzoekster] werd ontkend. Hierdoor was artikel 159 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van toepassing, wat betekent dat de arbeidsovereenkomst geen bewijs oplevert zonder bewijs van de ondertekening.

In de tussenbeschikking van 8 juli 2025 werd overwogen om een deskundige te benoemen, maar de deskundigen gaven aan geen mogelijkheid te zien om het gevraagde onderzoek uit te voeren. [Verweerster] BV kreeg de kans om te reageren en gaf aan het bewijs alsnog te willen leveren door middel van het inbrengen van verschillende producties. De kantonrechter besloot uiteindelijk af te zien van het benoemen van een deskundige en droeg [verweerster] BV op om het verlangde bewijs schriftelijk te leveren.

In de beschikking werd bepaald dat [verweerster] BV haar schriftelijke bewijsstukken met toelichting uiterlijk op 23 september 2025 in het geding moest brengen. De kantonrechter hield verdere beslissingen aan, wat betekent dat de zaak nog niet volledig is afgerond en er mogelijk vervolgprocedures zullen plaatsvinden.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer / rekestnummer: 11453166 \ AZ VERZ 24-95
Beschikking van 26 augustus 2025
in de zaak van
[verzoekster],
te [plaats 1] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoekster] ,
gemachtigde: mr. C.E. Kriens,
tegen
[verweerster] B.V.,
te [plaats 2] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: [verweerster] BV,
gemachtigde: mr. D.K. Nijhuis.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de tussenbeschikking van 8 juli 2025,
- het bericht van [verweerster] BV van 4 augustus 2025.

2.De verdere beoordeling

2.1.
In een eerdere tussenbeschikking in deze zaak van 10 april 2025 heeft de kantonrechter het volgende overwogen. Aangezien [verweerster] BV zich beroept op een schriftelijke (arbeids)overeenkomst, waarvan de ondertekening door [verzoekster] stellig wordt ontkend, is artikel 159 lid 2 Rv van toepassing. Op grond van dat artikel levert de betreffende arbeidsovereenkomst geen bewijs op, zolang niet bewezen is van wie de ondertekening afkomstig is. Verder staat in de tussenbeschikking van 10 april 2025 dat de kantonrechter overweegt om een onderzoek door een deskundige in te laten stellen.
2.2.
Partijen hebben zich daarna uitgelaten over het voornemen van de kantonrechter en er is door partijen en het deskundigenbureau van de rechtbank contact geweest met mogelijke deskundigen. Zoals is overwogen in het tussenvonnis van 8 juli 2025 zagen voormelde deskundigen geen mogelijkheid om het gevraagde onderzoek te verrichten. Daarom is [verweerster] BV in de gelegenheid gesteld om daarop te reageren en om aan te geven of, en zo ja op welke wijze, zij het van haar verlangde bewijs toch nog wenst te leveren.
2.3.
In haar bericht van 4 augustus 2025 laat [verweerster] BV weten dat zij graag in de gelegenheid wordt gesteld om het verlangde bewijs alsnog te leveren door middel van het inbrengen en toelichten van verschillende producties bij akte. Gelet op het voorgaande ziet de kantonrechter af van het voornemen om een deskundige te benoemen en zal de kantonrechter [verweerster] BV opdragen om het verlangde bewijs schriftelijk te leveren.
2.4.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
draagt [verweerster] BV op te bewijzen dat [verzoekster] de arbeidsovereenkomst met [verweerster] BV heeft ondertekend;
3.2.
bepaalt dat [verweerster] BV haar schriftelijke bewijsstukken met toelichting uiterlijk op 23 september 2025 in het geding moet brengen,
3.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. Zander en in het openbaar uitgesproken door mr. Ebben op 26 augustus 2025.