In deze zaak heeft eiser, vertegenwoordigd door mr. Y. el Ghaddar, een kort geding aangespannen tegen twee B.V.'s, [B.V. 1] en [B.V. 2], wegens een loonvordering. De eisers vorderingen omvatten betaling van achterstallig loon, vakantiegeld, en afgifte van salarisstroken. Beide gedaagden zijn niet verschenen op de zitting, waardoor verstek is verleend. De kantonrechter heeft vastgesteld dat er een spoedeisend belang is bij de vorderingen, aangezien loon essentieel is voor levensonderhoud. De kantonrechter heeft geoordeeld dat de vorderingen niet onrechtmatig of ongegrond zijn en heeft deze toegewezen, met inachtneming van een gematigde wettelijke verhoging van 25%. De afgifte van de loonspecificaties is bepaald op één maand na betekening van het vonnis, met een dwangsom van € 100,00 per dag tot een maximum van € 5.000,00. De kantonrechter heeft ook geoordeeld dat de proceskosten gecompenseerd moeten worden, omdat eiser zijn vorderingen ook in een verzoekschriftprocedure had kunnen indienen. Het vonnis is uitgesproken op 8 augustus 2025.