Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.[gedaagde sub 1] ,
3.[gedaagde sub 3] ,
4.[gedaagde sub 4] ,
5.[gedaagde sub 5] ,
6.[gedaagde sub 6] ,
8.[gedaagde sub 8] ,
9.[gedaagde sub 9] ,
10.[gedaagde sub 10] ,
11.[gedaagde sub 11] ,
12.[gedaagde sub 12] ,
13.[gedaagde sub 13] ,
1.Het verloop van het geding
2.Het geschil
3.De beoordeling
€ 135,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
4.De beslissing in kort geding
- een bedrag van € 3.900,00 aan achterstallige huur over mei tot en met juli 2025, te vermeerderen met de wettelijke rente over die bedragen vanaf de opeisbaarheid van de bedragen tot de dag van de algehele betaling;
- een bedrag van € 1.300,00 per maand vanaf augustus 2025 tot aan de feitelijke ontruiming van het gehuurde;