ECLI:NL:RBZWB:2025:6670
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde en aanslag onroerendezaakbelasting woning
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-waarde van zijn woning aan een adres te Breda, vastgesteld op €721.000 per 1 januari 2023, en de daarmee samenhangende aanslag onroerendezaakbelasting voor 2024. De rechtbank beoordeelt of de vastgestelde waarde te hoog is en baseert zich op de vergelijkingsmethode waarbij referentiewoningen worden gebruikt.
De heffingsambtenaar heeft een taxatiematrix overgelegd met drie referentiewoningen, waarvan één niet vergelijkbaar werd geacht. De overige twee referentiewoningen zijn voldoende vergelijkbaar en liggen dichtbij de waardepeildatum. De taxatiematrix houdt rekening met verschillen in voorzieningen, onderhoud en kwaliteit via op- en neerwaartse correcties.
Belanghebbende stelt dat de waarde te hoog is omdat onvoldoende rekening is gehouden met zijn eigen aankoopprijs en verbouwingskosten. De rechtbank oordeelt dat het eigen aankoopcijfer minder relevant is gezien het tijdsverloop en de beschikbaarheid van vergelijkbare referentiewoningen. De rechtbank concludeert dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. De aanslag OZB blijft in stand en belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en de aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde waarde van €721.000 blijft gehandhaafd.