ECLI:NL:RBZWB:2025:6668
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde en aanslag onroerendezaakbelasting woning
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op €419.000 per 1 januari 2023, en de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor 2024. De heffingsambtenaar handhaafde de waarde en de aanslag na bezwaar. De rechtbank heeft de zaak op 10 september 2025 behandeld en beoordeelt of de WOZ-waarde te hoog is vastgesteld.
De waarde is bepaald met de vergelijkingsmethode aan de hand van vijf referentiewoningen in dezelfde plaats, waarvan vier in dezelfde straat. De heffingsambtenaar heeft een taxatiematrix gebruikt waarin correcties zijn toegepast voor verschillen in voorzieningen en onderhoud. De rechtbank acht de referentiewoningen voldoende vergelijkbaar en vindt dat de heffingsambtenaar op inzichtelijke wijze met verschillen rekening heeft gehouden.
Belanghebbende stelde dat zijn woning een lagere waarde heeft vanwege mindere isolatie en een slechter energielabel, maar dit is volgens de rechtbank onvoldoende om de deskundig onderbouwde taxatiematrix aan te tasten. De rechtbank concludeert dat de WOZ-waarde en de OZB-aanslag niet te hoog zijn vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. Belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en de aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde waarde van €419.000 blijft gehandhaafd.