ECLI:NL:RBZWB:2025:6637
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning na bezwaar tegen waardestelling en aanslag OZB
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning op €251.000 per 1 januari 2022, welke leidde tot een aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor 2023. De heffingsambtenaar handhaafde deze waarde, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat geen van beide partijen voldoende bewijs leverde voor hun waardestelling. De heffingsambtenaar gebruikte een waardematrix met referentiewoningen, maar hield onvoldoende rekening met het ondergemiddelde voorzieningenniveau van de woning en garage. Belanghebbende stelde een lagere waarde van €223.000, maar kon dit niet aannemelijk maken.
De rechtbank bepaalde daarom schattenderwijs de waarde op €243.000. Tevens achtte de rechtbank het indienen van foto’s in de beroepsfase, ondanks werkafspraken, toelaatbaar, maar hield hier rekening mee bij de proceskostenvergoeding. De aanslag OZB werd dienovereenkomstig verminderd en de heffingsambtenaar werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verminderd tot €243.000 en de aanslag OZB dienovereenkomstig aangepast.