ECLI:NL:RBZWB:2025:6632
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen WOZ-waarde woning in gemeente Drimmelen
Belanghebbende is eigenaar van een geschakelde woning in de gemeente Drimmelen waarvan de WOZ-waarde per 1 januari 2022 is vastgesteld op € 447.000. Tegen deze waardevaststelling en de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting heeft belanghebbende bezwaar gemaakt, dat door de heffingsambtenaar is afgewezen.
De rechtbank heeft het beroep op 21 augustus 2025 behandeld en beoordeelt of de waarde te hoog is vastgesteld. Het geschil spitst zich toe op de vergelijkbaarheid van referentiewoningen die zijn gebruikt voor de waardebepaling. Belanghebbende betwist de vergelijkbaarheid van een referentiewoning met een aanzienlijk groter gebruiksoppervlak en stelt een alternatieve woning voor.
De rechtbank overweegt dat de heffingsambtenaar voldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe de verschillen tussen de woningen zijn verwerkt in de waardematrix en acht twee referentiewoningen het meest vergelijkbaar. De minder vergelijkbare woningen krijgen minder gewicht toegewezen, maar worden niet geheel buiten beschouwing gelaten.
De rechtbank volgt belanghebbende niet in zijn standpunt over de correctie van de kavelwaarde van de alternatieve woning. Gelet op het geheel concludeert de rechtbank dat de heffingsambtenaar de WOZ-waarde voldoende heeft onderbouwd. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, waardoor de WOZ-waarde en de aanslag OZB gehandhaafd blijven.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de aanslag OZB blijft gehandhaafd.