ECLI:NL:RBZWB:2025:6623

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
24 september 2025
Publicatiedatum
2 oktober 2025
Zaaknummer
C/02/435218 / FA RK 25-2901
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:322 BWArt. 810 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Overdracht van voogdij aan pleegouders in belang minderjarige

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 24 september 2025 uitspraak gedaan over het verzoek tot voogdijoverdracht van een minderjarige. De gecertificeerde instelling (GI) verzocht om ontslag uit de voogdij en benoeming van de pleegouders tot nieuwe voogden, omdat de minderjarige sinds haar geboorte bij hen woont en zich daar goed ontwikkelt.

De pleegouders hebben schriftelijk hun bereidheid verklaard de voogdij over te nemen. De pleegzorgwerker en de Raad voor de Kinderbescherming ondersteunen het verzoek. De rechtbank acht de overdracht in het belang van de minderjarige, mede omdat de pleegouders oog hebben voor het contact met de biologische moeder en familie.

De rechtbank verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad, waardoor deze direct geldt. De voogdij wordt formeel overgedragen aan de pleegouders, waarmee de feitelijke situatie wordt geformaliseerd. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.

Uitkomst: De voogdij over de minderjarige wordt overgedragen aan de pleegouders en de gecertificeerde instelling wordt ontslagen als voogd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/436218 / FA RK 25-2901
Datum uitspraak: 24 september 2025
Beschikking van de rechtbank over de voogdij overdracht
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT, locatie Etten-Leur,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag 1] 2021 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:
[de pleegouders],
hierna te noemen de pleegouders,
wonende in [woonplaats] .
Als informant wordt aangemerkt:
[de pleegzorgwerker], werkzaam bij [organisatie] pleegzorg,
hierna te noemen de pleegzorgwerker.
Op grond van artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de
Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna: de Raad, de rechtbank over het verzoek geadviseerd.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 6 juni 2025, waaronder een door pleegouders op 25 april 2025 ondertekende bereidverklaring.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 september 2025. Daarbij waren aanwezig:
- een vertegenwoordiger van de GI;
  • de pleegvader;
  • de pleegzorgwerker;
  • een vertegenwoordiger van de Raad.
2.
De feiten
2.1.
Bij beschikking van deze rechtbank van 19 maart 2024 is het gezag van de moeder over [minderjarige] beëindigd en is de GI benoemd tot voogdes over de minderjarige.
2.2.
[minderjarige] woont feitelijk vanaf het begin van haar leven bij pleegouders voornoemd.
2.3.
De pleegouders hebben zich bij verklaring van 25 april 2024 schriftelijk bereid verklaard om de voogdij over [minderjarige] te aanvaarden.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt haar op grond van 1:322 eerste lid, aanhef en sub c, van het Burgerlijk Wetboek (BW) te ontslaan uit de voogdij over [minderjarige] , ten gunste van pleegouders voornoemd. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De GI legt aan haar verzoek ten grondslag dat [minderjarige] nagenoeg haar gehele leven bij pleegouders woonachtig is. [minderjarige] ontwikkelt zich daar in positieve zin.
Over haar ontwikkeling bestaan geen zorgen meer. Positief is ook dat de pleegouders actief hebben meegewerkt om [minderjarige] contact te kunnen laten hebben met haar biologische moeder. Door omstandigheden bij de biologische moeder is het echter niet gelukt om tot structurele contacten te komen. Mocht de biologische moeder in de toekomst contact willen met [minderjarige] , dan staan pleegouders daar positief tegenover. Wel hebben de pleegouders nog steeds een goed contact met verschillende andere biologische familieleden van [minderjarige] met wie geregeld wordt afgesproken, zodat [minderjarige] hen kan ontmoeten. De pleegouders zijn bereid om dat ook in de toekomst voort te blijven zetten. De GI heeft er volledig vertrouwen in dat de pleegouders voor [minderjarige] een en ander goed zullen blijven oppakken.
4.2.
De pleegvader onderschrijft hetgeen de GI naar voren heeft gebracht. De pleegvader verklaart zich namens pleegouders bereid om de voogdij over [minderjarige] te aanvaarden. Met het verzoek zijn de pleegouders het eens.
4.3.
De pleegzorgwerker verklaart de visie en het standpunt van de GI te onderschrijven en het verzoek te ondersteunen.
4.4.
De Raad verklaart in het belang van [minderjarige] het verzoek te ondersteunen.

5.De beoordeling

5.1.
Op grond van artikel 1:322 eerste Pro lid, aanhef en sub c, BW kan iedere voogd zich van zijn bediening doen ontslaan, indien een daartoe bevoegd persoon zich schriftelijk bereid heeft verklaard de voogdij over te nemen, en de rechtbank deze overneming in het belang van de minderjarige acht.
5.2.
De rechtbank overweegt het volgende. Uit het verzoek en de mondelinge behandeling ter zitting blijkt dat [minderjarige] inmiddels bijna haar gehele leven bij pleegouders woonachtig is. [minderjarige] ontwikkelt zich daar in positieve zin. Door de inzet en liefde van pleegouders heeft [minderjarige] deze stappen kunnen maken en is er een stevige basis van waaruit zij zich verder in positieve zin kan blijven ontwikkelen. Positief is ook dat de pleegouders, zo mogelijk, oog hebben voor instandhouding van het contact tussen de moeder en [minderjarige] , alsook met haar andere biologische familieleden. Het is de wens van intentie van pleegouders dat [minderjarige] binnen hun gezin veder opgroeit tot volwassenheid. Met de overdracht van de voogdij naar de pleegouders vindt er een formalisering plaats van de feitelijke situatie, wat de rechtbank met de Raad in het belang van [minderjarige] acht. Nu de beoogd voogden, de pleegouders, zich ook (schriftelijk) bereid hebben verklaard tot aanvaarding van de voogdij over [minderjarige] , zal het verzoek worden toegewezen.
5.3.
De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
ontslaat de GI van de voogdij over [minderjarige] ;
6.2.
en benoemt tot voogden over [minderjarige] de heer [naam 1] , geboren op [geboortedag 2] 1979, en mevrouw [naam 2] , geboren op [geboortedag 3] 1981, beiden wonende te [woonplaats] ;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
6.4.
vraagt de griffier om van deze beslissing een aantekening te maken in het gezagsregister.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 september 2025 door mr. H.W.M. Pulskens, rechter, in aanwezigheid van C.P. van Dongen als griffier, en op schrift gesteld op 3 oktober 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.