ECLI:NL:RBZWB:2025:6599
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering overname schuld uit onrechtmatige daad in kinderopvangtoeslagaffaire
Eiser, gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire, verzocht de minister van Financiën om overname van een schuld van €5.800 bij Flanderijn inzake VGZ zorgverzekering. De minister weigerde deze overname op grond van artikel 4.1, vierde lid, onder c, van de Wht, omdat de schuld voortvloeit uit een onrechtmatige daad, namelijk verzekeringsfraude.
Eiser betoogde dat de minister zich onterecht op vermeende fraude beroept en dat weigering op ethische gronden willekeur zou betekenen. De rechtbank oordeelde dat de minister een wettelijke grondslag heeft voor de weigering en dat verzekeringsfraude niet gerechtvaardigd kan worden door persoonlijke omstandigheden, ook niet door de disproportionele aanpak van de belastingdienst.
Ter zitting erkende eiser onjuiste declaraties te hebben ingediend, maar stelde dat dit onvoldoende is voor een onrechtmatige daad. De rechtbank verwierp dit en stelde dat het handelen van eiser kan worden aangemerkt als een onrechtmatige daad volgens artikel 6:162 BW Pro. Het beroep werd ongegrond verklaard, zonder proceskostenvergoeding voor eiser.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van de minister om de schuld over te nemen.