ECLI:NL:RBZWB:2025:6590

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
2 oktober 2025
Publicatiedatum
2 oktober 2025
Zaaknummer
AWB 25_4370
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:82 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:83 AwbArt. 8:84 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot teruggave van griffierecht na intrekking bezwaar tegen omgevingsvergunning

Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Loon op Zand van 21 augustus 2025 betreffende een omgevingsvergunning. Vervolgens hebben zij hun verzoek bij de voorzieningenrechter ingetrokken nadat de vergunninghouder schriftelijk had toegezegd geen gebruik te maken van de vergunning totdat op het bezwaar is beslist.

De voorzieningenrechter heeft het college in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om teruggave van het griffierecht, maar het college heeft niet gereageerd. Op grond van artikel 8:82, vierde lid, onder b, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dient het griffierecht te worden terugbetaald indien het verzoek wordt ingetrokken vanwege de toezegging van de vergunninghouder.

De voorzieningenrechter heeft daarom zonder zitting uitspraak gedaan en het verzoek tot teruggave van het griffierecht toegewezen. De griffier zal het betaalde griffierecht aan verzoekers terugbetalen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek tot teruggave van het griffierecht wordt toegewezen en het griffierecht wordt aan verzoekers terugbetaald.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/4370

uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 oktober 2025 in de zaak tussen

1. [verzoeker 1]uit [plaats],
2. [verzoeker 2]uit [plaats],
3. [verzoeker 3]uit [plaats],
4. [verzoeker 4]uit [plaats],
tezamen: verzoekers
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Loon op Zand, het college.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek van verzoekers om teruggave van het door hen betaalde griffierecht. Verzoekers hebben dit verzoek gedaan bij de intrekking van hun verzoek tegen het besluit van het college van 21 augustus 2025. Verzoekers hadden bezwaar gemaakt tegen het besluit van 21 augustus 2025.
1.1.
Zij hebben het verzoek ingetrokken omdat de gemeente Loon op Zand (vergunninghouder) heeft laten weten geen gebruik te maken van de vergunning totdat op het bezwaar is beslist.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het college in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. Het college heeft hierop niet gereageerd.
1.3.
De voorzieningenrechter doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Hij legt hierna uit hoe hij tot dit oordeel is gekomen.
2.1.
Op grond van artikel 8:82, vierde lid, onder b, van de van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) betaald de griffier het griffierecht terug indien het verzoek wordt ingetrokken omdat de belanghebbende tot wie het bestreden besluit is gericht, aan de voorzieningenrechter schriftelijk heeft medegedeeld de gevraagde voorlopige maatregelen te zullen nemen.
2.2.
Omdat de vergunninghouder heeft toegezegd geen gebruik te maken van de vergunning totdat op het bezwaar is beslist, betaald de griffier het griffierecht aan verzoekers terug.

Conclusie en gevolgen

3. De griffier betaalt het griffierecht aan verzoekers terug, omdat de vergunninghouder heeft toegezegd geen gebruik te maken van de vergunning totdat op het bezwaar is beslist.

Beslissing

De griffier betaalt het griffierecht aan verzoekers terug.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. T.A.A. van Hooijdonk, griffier, op 2 oktober 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Met toepassing van 8:84, vijfde lid, in samenhang met artikel 8:75a en artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).