ECLI:NL:RBZWB:2025:6588
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg. Na bezwaar en een verzoek om een dwangsombeslissing werd de naheffingsaanslag door de heffingsambtenaar vernietigd. Vervolgens ontstond een geschil over de hoogte van de opgelegde dwangsom.
Belanghebbende diende beroep in wegens niet tijdig beslissen op het bezwaar tegen het dwangsombesluit, maar trok dit beroep later in met het verzoek om de heffingsambtenaar te veroordelen in de proceskosten. De rechtbank stelde vast dat de heffingsambtenaar aan het beroep was tegemoetgekomen en wees het verzoek om proceskostenveroordeling toe.
De rechtbank bepaalde de proceskosten op €453,50, gebaseerd op een puntensysteem met een wegingsfactor van 0,5, en wees erop dat het betaalde griffierecht van €53,- door de heffingsambtenaar moet worden vergoed. De uitspraak werd zonder zitting gedaan en openbaar gemaakt op 1 oktober 2025.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende tot €453,50.